HIP-TIME MAGAZINE 137

  02 Richard Breedpad 60er kopie 2             

In onze aflevering van HIP-Time Magazine 131 hebben we U al verteld over de ontstaansgeschiedenis van kadastraal A-389, welke als derde pand op het Breedpad vanaf de Molenwijk in 1747 wordt gebouwd op een ‘koud steed’. De speciekohieren van Schoterland vanaf 1748 en het daarbij ondersteunende Quotisatiekohier van 1749 hebben ons ingelicht over de uurwerkmaker Thomas Wypkes. Een eerdere bron van het bestaan van Thomas Wypkes vinden we in een volkstelling van Friesland uit 1744, die destijds is ingesteld na klachten over de slechte handel en scheepvaart. De Staten van Friesland overwegen dan of de havenpachten kunnen worden afgeschaft en in de plaats daarvan een jaarlijkse quotisatie op de huisgezinnen kan worden geheven. De resolutie van 13 maart 1744 leidt tot een soort begroting van een mogelijke opbrengst. Deze eerste quotisatie gaat uit van vrijwillige bijdragen per huisgezin in geheel Friesland. Elk gezinshoofd wordt vervolgens benaderd en gevraagd naar zijn ‘aangeboden capitaal’ voor de quotisatie; de grootte van zijn gezin; een inschatting van ‘vermogend’ persoon,  ‘insolvent’ persoon of ‘gealimenteerd’ persoon. Onder de fraaie naam “Omschryvinghe van de familiën in Frieslandt” wordt dit ook gedaan in de ‘grietenye Schooterlandt’ voor het gedeelte ‘Heerenveen Zuidkant’.  Daar woont ook - ergens - Thomas Wypkes als hoofd van een ‘huisgezin’ van drie personen, welke aanbiedt een capitaal van 5-0-0 carolus guldens te willen geven. (bron: Tresoar - allefriezen).

Voor deze aflevering, die speciaal zal gaan over Breedpad 15 heeft mede-werkgroeplid Richard Hoekstra uit zijn fotocollectie een exemplaar beschikbaar gesteld uit midden jaren ’60. Het bedrijf “Bureau Vitesse” in Breedpad 11 is dan sinds 1966 daar gevestigd, terwijl slager Hoekstra op Breedpad 13 zijn ‘fijne vleeswaren’ aan de man en vrouw brengt. Op de gevel van Breedpad 15 staat ‘Sportcentrum’ vermeld. De exploitanten daarvan zullen Jacobus de Vries uit Grouw en Annie Arendsz uit Akkrum worden, die allebei een schaatsenrijdersachtergrond hebben. Jacobus als langebaanrijder en Annie als kortebaanrijdster. Op het moment dat ze trouwen op 13 april 1964 heeft Jacobus een  zelfstandige melkhandel in Heerenveen (aan de Sieger van der Laanstraat als opvolger van Sietze Bosscha, die autorijinstructeur wordt bij de rijschool van Garage Kruis) en is Annie pedicure en kapster. In oktober 1964 vertelt de Leeuwarder Courant ons, dat er een jongen met zijn brommer door eigen onoplettendheid in botsing komt met het stilstaande Volkswagenbusje van Jacobus in de Sieversstraat. Een paar jaar later besluiten Johannes en Annie zich te vestigen met een zaak in sportartikelen aan het Breedpad 15. Hun start wordt dan natuurlijk vergemakkelijkt door hun bekendheid als schaatsfenomenen in Friesland. Maar de ambitie reikt verder en op de gevel van het pand komt dat tot uitdrukking met de slogan “Sportcentrum”.

03 Prentbrief Breedpad voor 1904Graag maken we gebruik van een detail van de ingekleurde prentbriefkaart (en erg veel lijkt op de prentbriefkaart van HIP-Time 135). Het is een uitgave “Heerenveen, Breedpad. De Kleuren-Lichtdruk is van S. Bakker Jr., Koog-Zaandijk, 1647. G. v.d. Boogaard, Heerenveen is de uitgever. Met dit beeld willen we de geschiedenis van Breedpad 15 nader toelichten. Houdt U voor ogen, dat in de 19e eeuw dit het aanzien is geweest van het betreffende pand in een klassieke stijlvorm met een steeg ten westen daarvan.

De prentbriefkaart dateert van voor 1904.

Geschiedenis van het perceel A-389

HIP-Time 131 is voor een groot deel besteed aan de voorgeschiedenis van het kadastrale perceel A-389. In deze aflevering gaan we vaststellen hoe het de bewoners van het pand met huisnummer 265 aan het Breedpad vanaf 1832 is vergaan gedurende de 19e en 20e eeuw. 

De chirurgijn of genees-en heelmeester Johan (ook wel Jan) Christiaan Mann blijkt bij de volkstelling van 1830 al 59 jaar oud te zijn, terwijl zijn vrouw Hiltje Roelofs Offringa slechts vier jaar jonger is. Inwonend is dan nog de 26 jarige zoon Johann Christoffel Mann; de 19 jarige Fokje Wiebes Offringa, tantezegger van Hiltje Roelofs Offringa, is namelijk een dochter van Wiebe Roelofs Offringa en Antje Hendriks ten Brink. Als derde inwonende persoon treffen we aan Yzaak Jacobs Sasburg, die 48 jaar is en sinds januari 1825 weduwnaar van Bregtje Johannes Kremer. Hij is van beroep tuinier, en heeft vier kinderen, die na Bregtjes overlijden door de Algemene Armvoogdij van Heerenveen (SCO) worden gealimenteerd. Vader blijkt niet in staat ook in hun behoeften te voorzien. Hem wordt ook nooit een aanslag in de personele omslag opgelegd.

In augustus 1835 krijgt notaris Gauke Peeting van Johann Christiaan Mann de opdracht het huis nr. 265 met stede en grond en grote tuin met vruchtbomen te verkopen  (Repertoire Tresoar T 26; inv. 55045, akte 151) Op 3 oktober 1835 wordt de finale verkoop toegewezen aan Roelof Wiebes Offringa voor resp. 2100 en 435 gulden (akte 157).

De Leeuwarder Courant van 11 september 1935 annonceert, dat  notaris Gauke Peeting de verkoop bij strijk-en verhooggeld ten huize van J.H. Barlage, logementhouder op de hoek van de Dracht (Heerenlogement) zal leiden. De finale verkoop van “Eene Heeren-en ook geschikte Koopmans Huizinge, sub. no. 265 te Heerenveen aan het zoogenaamde Breedpad” draait om een ruim voorhuis, een kelderskamertje, grote middelkamer en keuken, twee kelders, een beste regenwatersbak en put. Een doorlopende zoldering met beschoten dak, bevat een bovenkamer. Verder is er een erf met een bleekveld en andere geriefelijkheden. Hierop is bij de eerste bieding voor fl.2100,- ingezet. De grote tuin met een aantal beste vruchtdragende bomen, kort achter de huizinge is ingezet op fl.435,-. Op 3 october valt dan de beslissing ook weer bij logementhouder Barlage. Er wordt niet meer verhoogd en het geheel kan al worden aanvaard op 1 december.

Johann Christiaan Mann vertrekt naar Workum om zich daar als ‘heelmeester ten plattenlande’ te vestigen. Johann Christoffel, de enige zoon, gaat ook naar Workum. Hij is eerder al door Zijne Majesteits besluit van 22 maart 1834 aangesteld als notaris te Workum. Maar door de dienst bij de Schutterij heeft hij die functie niet onmiddellijk kunnen aanvaarden. Op 7 oktober 1834 laat hij in de Leeuwarder Courant de Workumers weten, dat hij per 24 september zijn standplaats heeft kunnen innemen. Als datum voor zijn vertrek naar Workum noemen we 18 april 1935, wanneer hij als lidmaat van de kerk te Heerenveen is uitgeschreven. Op 6 juni 1838 trouwt hij vervolgens te Workum met Jantje Sijmons Kok, een 21 jarige Wyckelse jongedame.

Fokje Wiebes Offringa heeft al jong gekozen voor het huwelijk en wel op 26 februari 1831 met de sociëteitsbediende Jan IJbeles Adema, werkzaam en wonend in de sociëteit ‘De Eensgezindheid’ op de Heerenwal onder Nijehaske. Een leuk bericht in de Leeuwarder Courant van 7 oktober 1834 zal voor het echtpaar Adema-Offringa een drukke dag hebben betekend. Wat wordt er dan aangekondigd ? Franciscus Hessel, boekhandelaar te Heerenveen, heeft namelijk uitgegeven en alom - voor fl.0.20 - verzonden de “Dichterlijke Uitboezeming, bij enige Toast, op het Vaderlandsche Feest gevierd door eenige leden der Sociëteit EENSGEZINDHEID te Heerenveen, ter gelegenheid van de heuglijke terugkomst der Friesche Schutters op den 6 en 8 september 1834” van de hand van Mr. J. de Kruiff, Inspecteur van ‘s Rijksbelastingen (en ongetwijfeld sociëteitslid). Het boekje heeft het octavo-formaat (8vo of 17 bij 24 cm), gedrukt op velin papier van zeer hoge kwaliteit.

Het is niet ondenkbaar dat Johann Christoffel Mann, die sergeant-majoor is geweest bij de 1e afdeling, 2e bataljon, 2e en 3e compagnie bij het leger te velde en op 1 augustus 1831 naar het hospitaal is overgebracht, bij deze feestelijkheid aanwezig is geweest. Deelnemen als vrijwilliger aan de Tiendaagse Veldtocht in 1831 is niet niks en als je later ook nog het Metalen Kruis ontvangt ....

Paasman, onderzoeker van de Tiendaagse Veldtocht, noemt hem zelfs 2e luitenant 1e afd., 2e bat., 1e  en 3e comp.; inv.nr. 128. (http://www.warkumserfskip.nl/id216.htm).

In het jaar 1836 staat in de Staat van de Bevolking van dat jaar onder no. 265 nog wel ingeschreven de weduwe Wiebe Offringa. Maar nog datzelfde jaar verhuist ze naar Heerenveen (Aengwirden) volgens de huwelijksakte van haar zoon Roel Wiebes Offringa. Zij blijkt voordien buiten de aanslagregeling van de personele omslag te vallen, zodat we haar naam daarin niet aantreffen. Zij woont er bij de gratie van het feit, dat haar zoon (die bakker is in Nijehaske) immers het pand in 1835 heeft gekocht.

In 1837, 1838 en 1839 treffen we vervolgens als bewoner van Breedpad 265 de ‘medicinae doctor’ Johannes Willem Groeneboom, die eerder lange tijd heeft gewoond op de Lindegracht onder no. 21. In 1840 geeft de Staat van de Loop der Bevolking als zijn adres Heerenveen nr. 197. Kadastraal komt dat overeen met A-317 (het tweede pand noordelijk van de Molensteeg).

Direct na het vertrek van Johannes Groeneboom uit het Breedpadpand wordt Froukje Hotzes Keimpema er als bewoonster geregistreerd. In het dossier van de Volkstelling van 1840 blijkt zij weduwe (van Jan van der Wal), arbeidster en 67 jaar oud.

Het moet hem ‘onderhands’ ter ore zijn gekomen, misschien wel bij een bezoek aan de Sociëteit Eensgezindheid op de Heerenwal, waar sociëteitsbediende Adema als concierge werkt en notaris Gauke Peeting, net als de regter mr. Ulbo Arend Evertsz ongetwijfeld regelmatig bezoekers zijn geweest.  We hebben in de Leeuwarder Courant geen verkoopadvertentie kunnen vinden. Wel vastgesteld kan worden uit de repertoires van notaris Peeting, dat deze op 2 november 1839 mr. Ulbo Arendsz als koper van het ‘huis met erf en tuin aan het Breedpad en aan de Molenwijk’ laat registreren als nieuwe eigenaar. Voor fl.1810,25 heeft hij Breedpad 265 (kad. nr. A-389) in aktenummer 169 laten beschrijven. Gelijktijdig wordt de moestuin (kad. nr. A-391 verkocht aan Hendrik Alberts Propstra voor fl.451,-.

Mr. Ulbo Arend Evertsz is heel lang verbonden geweest aan de rechterlijke macht in Heerenveen.

Zijn carrière begint volgens de kohieren van de Personele Omslag om Heerenveen in 1824. Hij is dan regter in de “regtbank van eersten aanleg” en staat eerst van 1824 tot en met 1827 als kamerbewoner ingeschreven op huisnr. 262 ten huize van Bote Sibles Spandaw. Daarna van 1828 tot en met 1831 op de Dracht no. 216 bij Simon Hendriks Taconis, waar mr. Jan de Kruiff in 1828 als kamerbewoner is geweest. (SCO 2042) Evertsz is volgens een beschrijving op een reispas van 1831 geboren in 1799 in de Joure; is 1.90 meter lang; heeft bruine ogen; mond en neus zijn ‘ordinair’ (gewoon); heeft een ronde kin en heeft zwart haar en wenkbrauwen. Daarna woont hij een drietal jaren op huisno. 144 en vervolgens ook nog op huisno. 140, allebei op de oostkant van de Dracht. Eerst bij Lambertus Feits en daarna heeft hij het huis van Jan van der Sluis gekocht.

Tenslotte is hij dus van 1839 tot 1847 eigenaar-bewoner geweest van Breedpad 265, waar hij als vrijgezel samenwoont met zijn zuster Sandrina. In die 23 jaar is hij inmiddels opgeklommen in de rechterlijke hiërarchie van Heerenveen door hier president van de arrondissementsrechtbank te worden. Zijn vertrek naar Leeuwarden naar het Gerechtshof en tenslotte zijn benoeming als lid van de Hoge Raad hebben indruk gemaakt. Zelfs zo, dat mw. Martha Kist voor het Fries Genootschap een artikel over hem heeft geschreven. (Martha Kist, Een 'braaf burger'. Ulbe Arend Evertsz (1799-1860).' De Vrije Fries 82 (2002), pp. 132-139.)

Het vertrek van Mr. Evertsz is niet precies te dateren, maar we weten wel dat in de Staat van de Loop der Bevolking van 1848 als nieuwe bewoner staat ingeschreven Jhr. Daniël Engelen met zijn gezin. In begin januari 1848 worden volgens notaris Binnerts de onderhandelingen van de familie Engelen-Roorda met de familie Anthony Winkler Prins-Klijnsma over de overname van het buiten “Ontwijk” in Oranjewoud op scherp gezet, want de familie Engelen wil er van af. Het komt evenwel niet tot een transactie, maar de familie Engelen is inmiddels wel verhuisd naar het Breedpad (265) in Heerenveen. Het vervolg van het lot van het buiten ‘Ontwijk’ wordt duidelijk in januari en februari 1849. Het wordt op afbraak verkocht en de goederen worden op 16 februari 1849 te koop aangeboden door de heren W.A. Wagenaar en J.B. Veltman, die het een maand eerder hebben aangekocht op de finale verkoop in de Sociëteit De Eensgezindheid op de Heerenwal voor circa fl.2000,-. Of daar het koetshuis, de stalling en de hooischuur bij inbegrepen zijn is niet duidelijk, maar deze zijn wel onder de hamer gekomen en verkocht voor fl.1420.,- en  fl.700,-. De boomgaard, de tuin en de aanleg zullen vermoedelijk in andere handen zijn gekomen voor fl.900,-.

Nauwelijks is de familie Engelen verhuisd naar het Breedpad of een familiaire ramp voltrekt zich. Op 6 april en op 2 juni 1848 verliezen ze eerst hun dochter Laurentia Clara Elizabeth (20 jaar) en op 2 juni 1848 Everharda (23 jaar). Uit hun overlijdensacten lezen we ook dat vader Lid van de Ridderschap van Vriesland is en dat hij als beroep kantonrechter van het arrondissement Heerenveen (sinds 1838) wordt genoemd. 

Op 2 december 1857 overlijdt jonkheer Daniël Engelen zelf en uit zijn overlijdensacte blijkt dat de beide overleden dochters stammen uit zijn huwelijk met zijn tweede vrouw Gerbrecht Roorda, waarmee hij op 23 maart 1824 op huwelijkse voorwaarden is getrouwd.  Uit het eerste huwelijk met Diderika Adema - op 20 oktober 1815 in Sneek voltrokken - is hen een zoon geboren op 2 februari 1817 met de naam Willem Engelbart Engelen. Een half jaar later ontvalt hen op 15 september 1817 vrouw en moeder Diderika Adema in de plaats Neerbosch bij Nijmegen in Gelderland. Die plaats mag gerust de ‘stam’streek van deze Engelen-familie worden genoemd. Ook Daniël Engelen is daar geboren op 19 juni 1791. 

Zijn tweede echtgenote Gerbrecht Roorda (geb. Harlingen 30 juli 1795) besluit in Heerenveen in dit huis aan het Breedpad te blijven wonen, welke eind 1879 het huisnummer 481 heeft gekregen. Zij is bij de erfenis aangewezen als ‘vruchtgebruiker’ van A-389 (het huis met erf op 1.82 are grond), terwijl stiefzoon Willem Engelbart - inmiddels ambtenaar bij het Openbaar Ministerie te Leeuwarden - het eigendom heeft toegewezen gekregen. Zij heeft tenvolle kunnen profiteren van dat vruchtgebruik, want ze is maar liefst 96 jaar oud als ze op 12 januari 1892 in Heerenveen overlijdt. Naast de tien elkaar opvolgende meiden-dienstboden, heeft ze vanaf 1883 tot haar dood het dagelijkse leven gedeeld met een gezelschapsjuffrouw Adèle Elise Charlotte Bär. Deze blijkt evenwel een halve eeuw jonger (geb. 31 jan. 1845).

De historische sporen, welke de familie Engelen in Heerenveen heeft getrokken, zijn niet mis te verstaan. Dat begint al zeer vroeg als jonkheer Daniël Engelen zich in mei 1827 (kort na de dood van W.B. Kool van Heerens, overl. 2 maart 1827) een benoeming tot grietenijsecretaris onder grietman Pompejus Onno van Vierssen laat welgevallen. Zijn overhaaste vertrek uit Sneek maakt eerst een ‘kamerbewoner’ van hem aan de westzijde op de Vleesmarkt no. 2 bij de brug, waar Anne Sakes Braaksma als ‘lombardhouder’ tevens gemeubileerde kamerverhuur kan bieden. In 1828 vinden we hem vier maanden als bewoner van huisno. 21, eigendom van de Tuijmelaarsfamilie. Inmiddels heeft hij aan de zandweg in Oranjewoud (Prins Bernhardweg( het toekomstige buitentje “Ontwijk” aanbesteed en in aanbouw genomen.

Eén van de eerste voor Heerenveen meest opvallende aktiviteiten is zijn inzet voor het verkrijgen van een representatief ‘grietenijhuis’, waarop door de gouverneur van Friesland al een aantal jaren sterk is aangedrongen. Als het Heerenveense buitengoed ‘Grovestinsslot’ (Oenemastate) in 1827 te koop komt en de Provinciale Staten de grietenijraad daarvoor geen toestemming willen verlenen, besluit jonkheer Engelen - na machtiging van grietman en assessoren - merendeels uit eigen middelen het ‘slot’ toch in eigendom te krijgen. Vervolgens wordt er vijf jaar lang ‘gelobbyd’ tot in 1832 alles in kannen en kruiken is.  (Voor alle details: zie De Veenbrief 1992, jrg. 6, no. 6, blz. 1 e.v.)

Deze zaak mag worden gezien als één van ‘algemeen belang’, waarbij de machtiging van grietman, assessoren en grietenijraad als ruggesteun tot de conclusie leidt te maken te hebben met een uiterst bekwame persoonlijkheid.

Zijn zakelijk inzicht heeft hem ook zelf geen windeieren opgeleverd. Zo is hij vrij snel al begonnen met de aankoop van landerijen kennelijk met strategische bedoelingen. Zo is hij er bijvoorbeeld in geslaagd om door die aangekochte landerijen en de 21e stelle onder Nieuweschoot voor het graven van een vaarweg van de Veenscheiding naar de Tjonger toestemming te krijgen bij Resolutie van Gedeputeerde Staten van Friesland van 14 januari 1841, no. 39 / 256. Bovendien kocht hij op 26 september 1840 de Veenscheiding van Harmanus Hiddinga, zodat er een doorgaande verbinding kan worden gecreëerd. De ‘mitsen en maren’ van de verschillende grietenijen tegen deze aanleg worden op 13 augustus 1840 in zijn voordeel beslist en kan de aanleg beginnen. Uiteraard moeten wel een aantal bruggen worden gerealiseerd: in de Rottumerweg, in de Lemsterweg en een draai bij Rotstergaast.

Ambtelijk vertaald wordt dat in de Leeuwarder Courant van 2 juli 1841: “De particuliere Vaart van de Veenscheiding naar de Tjonger, in eigendom aan jhr. D. Engelen, zal van nu af aan mogen worden gepasseerd, mits men zich stiptelijk gedragen overeenkomstig de provisioneel vastgestelde en aan de Vaart aangeplakte Verordeningen.”

Door deze infrastructurele verbetering op waterstaatkundig en infrastructureel gebied wordt in de advertenties bij onderhoudskwesties voor zowel de brug in het Rottumervoetpad als de Lemsterweg bij Nieuweschoot gesproken van ‘Engelenbrug’. Bovendien is het gebruik van de term ‘Engelenbrugje’  zeer regelmatig het synoniem voor het Heerenwalsterbrugje over de Veenscheiding in het verlengde van Heerenwal. De erven Engelen - zoon Willem Engelbart en kleinzoon Daniël Otto, beiden juristen - hebben in latere jaren nog wel voor enige weerstand gezorgd bij onderhoudskwesties van vaarwaters en bruggen.

(Voor het volledige verhaal, zie:J.A. Mulder, De Engelenvaart, in De Vrije Fries, vol. 56 (1976))

Voor een blijvende hommage aan zijn verdiensten als grietenijsecretaris (1827-1836), vrederechter (1836-1838) en kantonrechter (1838-1857) wordt bij raadsbesluit van 18 augustus 1958 besloten een straat als verbindingsweg tussen de Europalaan en de Karst de Jongweg: “Engelenstraat” te noemen. Deze wordt aangelegd in 1959.

In 1892 begint er voor het pand Breedpad 265 een nieuw hoofdstuk nu de weduwe Engelen (Gerbrecht Roorda) op 21 januari van dat jaar is overleden. Het huis wordt verkocht aan timmerman Willem de Graaf, die het huis in de verhuur doet. Het eerste gezin, die van deze optie gebruik maakt is dat van Hendrikus Kampsmidt (volgens geboorte-acte van 1846 Hermanus Hendricus), welke met vrouw en vier zoons op 27 mei 1892 uit Nijehaske komen. Per 14 juni 1893 vertrekken ze naar Leeuwarden. Daar overlijdt hij in 1918.

In het kadastrale dienstjaar 1894 verkoopt timmerman Willem de Graaf uit Heerenveen het huis (vermoedelijk met huisnr. 481) en erf (1.82 are) met kad. nr. A-389 en een gebouwde waarde van fl.275,- aan Sjoerdina Faber, wed. Geert Hendriks Pijlman, zonder beroep te ‘t Meer.  De notariële minuutakte lijkt te zijn gepasseerd bij notaris Gerrit Boschloo op 22 december 1892, waarbij Willem de Graaf verkoopt  een herenhuis, etc. voor fl.3901,- aan Sjoerdina Faber, wed. Geert Hendriks Pijlman. De krant L.C. maakt er geen melding van; het Nieuw Advertentieblad 1892 komt niet voor op www.delpher.nl , helaas. De huisnummerconcordans geeft ons als huisnummer Breedpad 481, wanneer zij er vanaf mei 1893 intrekt, na uit ‘t Meer te zijn gekomen.

Zelf heeft Sjoerdina Faber evenmin lang mogen genieten van de scheepvaartdrukte van de haven aan het Breedpad. Tijdens een verblijf in ‘s Gravenhage, waar ze op 29 april 1898 naartoe is vertrokken, overlijdt ze na een korte ongesteldheid op 28 mei 1898 op 58 jarige leeftijd. De aangifte wordt gedaan ‘uit aller naam’ door haar broer Jacobus Faber in Gorredijk. Het komt dus tot een verkoop, want het echtpaar Pijlman-Faber heeft geen kinderen gekregen. Wel heeft ze enkele jaren onderdak geboden aan haar nicht Margaretha Faber, die geboren is in 1873.

Laatste hoofdbewoner voor de eeuwwisseling is Sikko Klaassens Uri (1839), hoofdonderwijzer van school 3 in de Oude Kerkstraat, samen met zijn vrouw Janke Pasma. Zij zullen huurders zijn geweest en staan ingeschreven vanaf mei 1898 (eerst op nr. 481 en korte tijd later dus op nr. 542).

Met het vooruitzicht, dat Uri per 1 januari 1900 eervol zal worden ontslagen van zijn hoofdschap van school 3 in de Oude Kerkstraat (wegens lichaamsgebreken) en met pensioen zal gaan, ontvalt hem op 24 november 1899 zijn echtgenote. Gelukkig ontfermt zijn zuster Marchje Uri, die woont aan het Achterom (nr. 61) in Aengwirden met haar echtgenote de molenmaker Murk Jelmers Visser, zich over hem. Na een periode van ca. 8 maanden besluit hij op 13 augustus 1900 naar Delft te gaan. Daar woont aan de Voorstraat 90 zijn zoon P.H. Uri met z’n gezin, die hem een onderdak biedt. Op 5 mei 1906 eindigt daar zijn aardse bestaan.

Na deze afdwaling naar een bijzondere meester voor veel kinderen uit de armste gezinnen van Heerenveen, richten we ons nu op de akte van de provisionele en finale toewijzing in repertoire 069054 van notaris Hendrik Jacob Willem Terlet, die in Joure kantoor houdt. Op 1 februari 1899 koopt Maria Judith Klinkenberg, gehuwd met Pieter van der Meulen, inspecteur der belastingen te Heerenveen het Breedpad herenhuis, etc. voor 3311,-. van de erven Pijlman-Faber. Ons plaatselijk Nieuw Advertentieblad van uitgever Jacob Hepkema van 18 februari 1899 schrijft de 16e, dat het Heerenhuis aan het Breedpad van de wed. G. Pijlman Hzn. bij publieke verkoop is toegewezen aan de Heer P. van der Meulen voor fl.3315,-. Bedenk bij dit bericht even, dat ze dan nog leven in een ‘mannenmaatschappij’.

De - notariële - koopster Maria Judith Klinkenberg is in Scharnegoutum geboren op 30 mei 1871 en is een dochter van een predikant. Zij laat op 29 maart 1897 haar huwelijksvoorwaarden vastleggen door notaris Pieter Fzn. Noordhof in Grouw en treedt in het huwelijk met Pieter van de Meulen te Rauwerd, gemeente Idaarderadeel op 20 april 1897. Hij is dan nog adjunct-inspecteur belastingen in Amsterdam.

Uit de geboorte van oudste kind Pieter op 6 januari 1898 te Heerenveen (Schoterland) mogen we afleiden, dat ze eerst op een andere adres onderdak hebben gevonden na zijn benoeming tot inspecteur van belastingen in Heerenveen. Meteen wordt hij deel van de gemeenschap, zijn reputatie als lid van het landelijk bestuur van de Drankbestrijidingsorganisatie is hem vooruitgesneld. Op 29 maart 1899 bericht het Nieuw Advertentieblad, dat P. van der Meulen een week eerder voor een vrij talrijk publiek in een geslaagde vergadering met lichtbeelden een pleidooi heeft gehouden in het belang van een sterke drank-bestrijding. In dat bericht gispt hij de houding van de heren doctoren, die door hun niet aanwezig zijn laten zien dat ze geen hart voor deze zaak hebben. Inmiddels zijn er een twaalftal geheelonthouders, die binnenkort een afdeling denken op te richten. Op 16 april 1899 is het zover dat 24 personen tot het oprichten van een afdeling “Heerenveen en omstreken” van de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Sterken Drank. Welkom zijn leden, die zich onthouden van drinken en aanbieden (geheelonthouders) en die nalaten te drinken en aanbieden (afschaffers). De afdeling Heerenveen begint met 24 geheelonthouders en 10 afschaffers. In het voorlopig bestuur met mej. J.M. Laverman, mej. J Schoppen, J.K. Dijkstra, G.A. van der Meulen, neemt ook P. van der Meulen plaats.

De eerste grote Openlucht Meeting voor Drankbestrijding is op Hemelvaartsdag in de Wandeltuin. (Bericht 12 mei 1899) Ruim een week later (18 mei) is het definitieve bestuur samengesteld uit: P. van der Meulen en G. Veldman (1e en 2e voorz.), mej. Laverman en mej. Schoppen (1e en 2e secretaresse) en J.K. Dijkstra en L.de Lang (1e en 2e penningmeester). Inmiddels zijn er 46 leden toegetreden.

De heer Pieter van der Meulen is een aktieve voorzitter. Zowel in woord als geschrift. Zo schrijft hij in het Nieuwsblad van Friesland van 18 juni 1902 een ingezonden stuk met de titel: “Is alcohol nuttig ?” Ook op het terrein van het socialisme heeft hij zijn standpunten en hij draagt ze ook uit. Als voorbeeld geeft het plaatselijke Nieuw Advertentieblad op 6 januari 1900 een bericht, waarin de oprichting van een Vereniging van Socialisten wordt aangekondigd op basis van 19 leden. Daarbij wordt een lijst van sprekers genoemd, waarop ook de heer P. van der Meulen te Heerenveen wordt genoemd.

Ook zijn gezin vergt enige aandacht met als tweede zoon Adriaan Anne Marie op 5 februari 1901 en als derde Yde Johannes op 22 april 1904. De ambities voor zijn carrière hangen ook af van zijn superieuren, die hem blijkbaar nodig hebben in Tiel. Uit het Nieuwsblad van het Noorden van 16 juni 1904 staat, dat hij bij koninklijk besluit is benoemd tot inspecteur der rijksbelastingen  te Tiel. Twee dagen later vermeldt het Nieuwsblad van Friesland al, dat de ‘Heerenhuizing” bewoond door de heer P. van der Meulen aan het Breedpad  inmiddels uit de hand te koop is. Dat lukt kennelijk niet, want op 9 juli 1904 wordt door notaris Rinze Barends de provisionele veiling aangekondigd in het hotel Groen op 14 juli om 8 uur ‘s avonds. Op 29 augustus wordt er verhuisd naar zijn nieuwe standplaats: Tiel. (Bevolkingsregister).

Vanaf nu kunnen de onderhandelingen over de verkoop beginnen, maar uit het volgende zal duidelijk worden dat dat niet geheel soepel verloopt. De noodprocedure is dan dat voor tijdelijke verhuur wordt gekozen. Direct in september 1904 dient zich als kandidaat-bewoner aan de koopman (o.a. matten, tapijten en meubelstoffen, e.d.) Nicolaas Wigeri van Edema, die komend vanaf Dracht 358 het huis betrekt. Hij is sinds 14 mei 1903 weduwnaar van Jantje Blauw (waarmee hij in 1887 is gehuwd) en heeft bovendien een turbulent zakenleven achter de rug. In het ‘Nieuws van den Dag - het kleine krantje’ van 1 augustus 1883 laat hij weten, dat hij als koopman en winkelier de handel in matten, strooken en ‘spart’ (grassoort en grondstof voor o.a. touw en vlechtwerk. (Van Dale)) van zijn overleden schoonvader op dezelfde wijze voortzet en wel onder de firma Jacob Blauw Jzn te Heerenveen. Dan komt in de Leeuwarder Courant van 3 april 1889, maar ook in de Staatscourant van 5 april, een mededeling van de Officier van Justitie Reitsma uit Heerenveen, dat de Heer Nicolaas Wigeri van Edema, koopman te Heerenveen, op eigen verzoek onder curatele is gesteld bij vonnis van de Rechtbank van 29 maart 1889. Wat hem daartoe heeft doen besluiten wordt niet in de openbare bronnen vermeld. Met giswerk valt te denken aan geestelijke instabiliteit, verslaving (drank, drugs), verkwisting (gokken), m.a.w. we weten het niet.

Dit vonnis wordt evenwel - ook weer op eigen verzoek - door de Arrondissementsrechtbank te Heerenveen op 28 maart 1901 opgeheven en procureur Mr. T. Binnerts laat dit weten in het Nieuwsblad van Friesland van 3 juli 1901.

Uit het Bevolkingsregister van Heerenveen staat Nicolaas Wigeri van Edema in 1900 geregistreerd als hoofdbewoner bewoner op het adres Dracht 378. Op 14 mei 1903 overlijdt zijn partner Jantje Blauw op 55 jarige leeftijd en wordt voor hem het sein het koopmanshuis met pakhuis en het woonhuis c.a. te laten veilen door notaris Verkouteren. Op zaterdag 3 oktober 1903 gaat de provisionele veiling plaatsvinden in ‘t Café “De Drie Gemeenten” (later de openbare leeszaal op de Vleesmarkt). Drie weken later op 25 maart d.a.v. is het logement van Wieger Jager (Transvaal) het toneel van de definitieve veiling van het koopmanshuis aan de westkant van de Dracht en een pakhuis met twee zolders aan de Molenwijk (48 ca). Als aanbeveling wordt genoemd, dat in deze gebouwen ruim 20 jaren met succes een tapijtzaak is uitgeoefend, maar dat het ook voor andere affaires geschikt is.  Volgens de repertoire nr. 2305 van notaris Verkouteren valt de veiling uit te gunste van Jelle Binnerts Spoelstra te Heerenveen op een bod van fl.10.291,--, terwijl in de kadastrale legger 1640.1 als eigenaar wordt genoemd Jan Bunt, koopman te Heerenveen.

Het is bijna niet te geloven, maar de Staatscourant (maar ook De Tijd en het Nieuwsblad van Friesland) brengt op 9 oktober 1905 het nieuws van het vonnis van de arrondissementsrechtbank van Heerenveen, dat Nicolaas Wigeri van Edema op 6 mei 1905 in staat van faillissement is verklaard. Als curator krijgt hij door mr. A. Rietema als curator mr. J. van Giffen, advocaat en procureur, toegewezen. Per 30 december 1905 vertrekt Wigeri van Edema naar de gemeente Aengwirden, nadat op 8 december 1905 een accoord van 100 procent met hem is bereikt hem voor terugbetaling aan zijn schuldeisers, de z.g. homologatie.

Inhoudelijk hebben we de beschrijving bij de verkoop in 1835 aan U laten lezen, maar zeventig jaar later is de woordkeuze toch echt wel even anders. Notaris Rinze Barends maakt er het volgende van: De “nette Heerenhuizinge met erf, tuin en bleek op vrolijken stand aan het Breedpad te Heerenveen, bestaande beneden uit ruime suite, tuinkamer, keuken, ruime kelder, gang, berghok en bergplaats voor brandstoffen, 2 regenbakken en verdere gerieflijkheden; boven 2 kamers en 2 kleinere kamers, de kamers van kasten voorzien, in de gang boven ook kasten...” kan ook voor een winkelhuizinge makkelijk worden ingericht. De 0.01.82 ha kan per 15 september 1904 worden aanvaard en op 1 november worden betaald. Het is zelfs mogelijk voor de halve koopsom een eerste hypotheek tegen 4 % rente worden te krijgen.

Bij de voorlopige veiling is er een bod van fl.4000,- uitgebracht, maar bij de definitieve veiling is het verhoogde bod van ruim fl.4300,- reden voor de verkoper het pand c.a. in te houden. We hebben een sterk vermoeden, dat een advertentie op 6 september 1905 in de Leeuwarder Courant en het Nieuwsblad van Friesland, waarbij op 12 november een heerenhuis aan het Breedpad te Heerenveen te huur wordt aangeboden en te bevragen is bij bemiddelaar I. Brouwer (aannemer Inne Brouwer) ditzelfde heerenhuis kan zijn. Zelfs aan deze verwachting wordt niet beantwoord. Volgens een notariële akte bij jhr. Sybrand Willem Hendrik Adriaan van Beyma thoe Kingma van 13 november 1905 moeten de verkoopster Maria Judith Klinkenberg en haar gemachtigde echtgenoot Pieter van der Meulen het bod van muziekonderwijzer Pieter de Vries te Heerenveen voor een bedrag van fl.4050,- als een verliespost hebben beschouwd. De transactie is in ieder geval ook kadastraal verwerkt met enige vertraging in het kadastrale dienstjaar 1907, zelfs met de volledige 1.82 are perceelsgrootte. Misschien is door Pieter van der Meulen deze gang van zaken wel een beetje gerelativeerd als hij zich bedenkt, dat hij als voorzitter van de afdeling Drankbestrijding van Heerenveen de diensten van dirigent Pieter de Vries toch hooglijk heeft gewaardeerd toen deze de leden van de zangvereniging “Sluit Schiedam” de strijdliederen heeft geleerd en daarvoor zelfs een prachtig schilderij heeft ontvangen. Want geld voor een dergelijke dienst zou ongepast zijn geweest!

Hoe lang heeft Pieter de Vries in deze woning gewoond, voordat hij het heeft verkocht aan Catharina de Jong, weduwe Fokke Spandaw?Die vraag kan gelukkig worden beantwoord door een koopbrief uit 1910. Daarin staat dat Pieter de Vries ‘vroeger muziekonderwijzer te Heerenveen’ is geweest en dat de koopster als koopprijs fl.5000,- betaalt. Er zitten dan ook nog weer een paar aparte bepalingen in de overeenkomst. De nieuwe eigenaar moet een staketting ten zuiden en ten westen onderhouden en mandelig die ten oosten. Bovendien is er een welwaterpomp. In de overname door de koopster zijn inbegrepen de ‘damspiegel’ in de voorkamer, een stel dubbele ramen, drie stel jaloezieën, het kippenhok en de ladder naar de vliering.

(Let op: De antiekencyclopedie leert ons, dat een ‘damspiegel’ een lange smalle spiegel is, die op het smalle muurvlak (de dam) tussen twee ramen wordt gehangen.)

De muziekonderwijzer Pieter de Vries is het derde kind uit het eerste huwelijk van de gemeenteklerk en later gemeente-ontvanger van Schoterland, Petrus Johannes de Vries en Akke Jeltes Faber. Hij is geboren 28 september 1874. Na het overlijden van zijn moeder hertrouwt vader in 1876 met Tetje Juliana Tjaarda en groeit het gezin nog met 9 kinderen. Pieter wordt opgeleid tot muziekonderwijzer en hij introduceert zichzelf in het Nieuw Advertentieblad (voor Heerenveen) van 13 november 1895. (Zie advertentie)

Veel adverteert hij niet, maar we lezen in de Leeuwarder Courant van 18 mei 1899, dat het pas opgerichte Mannenkoor in Heerenveen de 24 jarige Pieter voor 6 maanden een contract geeft als directeur van dit koor. Eerder op 5 februari 1899 heeft hij al enige ervaring opgedaan als dirigent bij de koren van de dilettantenvereniging ‘Elk Wat Wils”, en zijn leerlingen hebben tijdens de tentoonstelling van Floralia op 30 augustus mogen voorspelen. Bij een optreden van het “Spoorkwartet” op 27 september 1899 met medewerking van de Heerenveense sopraan mej. J. Tobbe heeft hij een recensie voor het Nieuw Advertentieblad geschreven van ca. 100 regels. Hij woont dan nog op het adres Lindegracht 49 (bij zijn ouders) en geeft aan in een advertentie in 1902, dat hij muziekles geeft voor piano, orgel (harmonium) en viool. Het eerste mannenkoor wordt volgens de Leeuwarder Courant van 7 mei 1904 pas opgericht en opnieuw is Pieter de Vries haar directeur. Eind december van dat jaar richt hij zelf een kinderkoor op voor de leeftijdsgroep 12 tot 17 jaar (N.v.Frl 21-12-1904).

Het feit dat hij in de koopbrief van 1910 wordt genoemd als ‘vroeger muziekonderwijzer te Heerenveen’ kan tot de eenvoudige conclusie leiden, dat hij is vertrokken naar elders. Mogelijk is de aanleiding een traumatische gebeurtenis geweest, welke in het Nieuwsblad van Friesland van 10 oktober 1908 wordt beschreven in de rubriek van Frieschen bodem. Die tekst luidt: ...‘Een muziekonderwijzer, nog slechts een paar jaar gehuwd, een vriendelijke persoonlijkheid, die ieders achting genoot, wordt verdacht een treurigen misstap te hebben begaan met jonge leerlingen, en is na verhoor voor den officier van justitie, Dinsdagavond aangehouden’.  De treurige bevestiging van dit bericht wordt in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant nog iets meer aangezet gebracht in de bijtende tekst: ‘- Te Heerenveen is gisteravond gearresteerd de muziekonderwijzer de V. aldaar, verdacht van onzedelijke handelingen met meisjes.’

Geholpen door het bevolkingsregister weten we dat hij op 23 december 1905 is gehuwd met Marijtje Jans Bunt. Haar vader is stoffeerder en moeder heet Maaike Prins en ze wonen aan de Fok onder Heerenveen (Aengwirden). 04 Adv Hij laat zich in december al inschrijven op Breedpad 542, terwijl Marijtje op 31 januari 1906 pas wordt ingeschreven. Zij nemen per 14 november 1906 als kamerbewoonster Carolina Johanna Petronella Meerdink, die commies is bij de Posterijen, in huis. Deze vertrekt op 1 maart 1907 naar Doesburg, en haar kamer wordt per 23 maart 1907 gehuurd door Johanna Stephanus, bediende in een boekhandel,  uit Zwolle. Deze 20 jarige dame vertrekt weer op 24 augustus 1907 naar Zwolle.  Op 4 januari 1908 wordt hun zoon Petrus Johannes geboren. Vervolgens wordt op 9 october 1909 aan de ingenieur bij de N.T.M. Hubert Nicolaas Biezeveld woonruimte geboden, welke tegelijk met de uitschrijving van Pieter en Marijtje naar Bussum in Heerenveen wordt overgeschreven naar blad 668 van het register. Over de reden van het vertrek per 25 februari 1910 van Pieter en Marijtje naar Bussum hoeven we niet meer te gissen.

Het jaartal 1910 betekent dus de wisseling van bewoning op Breedpad verkocht aan Catharina de Jong, weduwe Fokke Spandaw (geb. 1837), doch tevens van de wisseling van huisnummer 542 naar nr. 501. Zij heeft tot dan steeds gewoond op Breedpad nr. 499. Ook daar heeft ze samengewoond met haar zuster Janna Kornelis de Jong (geb. 1843) Voor het eerst in 1917 blijkt ook uit de Personele Omslag van 1917 dat zij - andere - inwonende personen onderdak biedt. In deze omslag staan namelijk de namen van twee - duidelijk - niet Heerenveners, t.w. Axel Tepper en Pieter Celarius.

In de Personele Omslag van 1918 staat op haar adres ook als aangeslagene Jan W. Schippers, die op een forse aanslag mag rekenen met een bedrag van fl.9000,- en een te betalen belasting van  fl.802,56. Een jaar eerder is deze als notaris benoemd in Heerenveen. In de Nederlandse Staatscourant wordt zijn benoeming bij Koninklijk besluit van 25 september 1917, no. 47 bevestigd. Hij is op dat ogenblik nog candidaat-notaris te Doesburg. Hij laat zich op 11 oktober 1817 als nieuwe inwoner registreren op huisnr. 84 als hotelgast van Hotel Jorissen op de Oude Koemarkt. Schippers verhuist dan per 5 november 1917 naar het Breedpad natuurlijk ook weer tijdelijk bij de wed Spandaw in een huurappartement. Hij vestigt wel zijn praktijk voorlopig op Fok 66 onder Aengwirden ten huize van de gemeentesecretaris S. Hemminga. Op 3 mei 1918 laat hij zich opnieuw inschrijven in Aengwirden in het huis van zijn voorganger S.W.H.A. van Beyma thoe Kingma, die de 11e mei uit Heerenveen vertrekt. In 1921 wordt het huisno. 64 gewijzigd in Fok 161. Het adresboek 1922 heeft deze verandering reeds in haar bestand.

Vanwege die notarisfunctie neemt hij een serie minuutakten over uit de praktijk van notaris Gerrit Boschloo, een voorganger uit de jaren 1855-1893 van die standplaats. Het betreft het pakket over de jaren 1864-1886. Die akte is gepasseerd op 8 januari 1918 door zijn collega M.A.J. Verkouteren.

Catharina K. de Jong, wed. Spandaw is in de gemeente Aengwirden overleden op 6 juli 1926, nadat ze op 16 augustus 1919 is komen wonen op huisnummer 83 op de Oude Koemarkt en in 1920 het nieuw huisnummer 183 heeft gekregen. In het adresboek van 1922 staat dat als het tweede pand vanaf de straat Achter de Kerk aan de westzijde van de Oude Koemarkt. Ze staat daar ingeschreven als ‘wed. Spandaw’. In het Nieuwsblad van Friesland van 6 juli 1926 staan zelfs twee overlijdensberichten voor deze 89 jarige dame. De eerste is ondertekend door aangetrouwde tantezegger wed. C. de Jong-Jorissen en achternichtje Catharientje. De andere is van haar zusters wed. J.W. van der Feen-de Jong en wed. W. Wierda-de Jong.

Inmiddels is Breedpad 501 weer van eigenaar gewisseld. Door de raad van Schoterland is aan notarisklerk Jacob Bergsma in april 1917 een aanstelling uitgereikt tot makelaar in assurantién met als tweede kwaliteit administrateur. Tot dat moment wordt als zijn beroep aangegeven: notarisklerk. Op 31 december 1917 laten J. Bergsma, beëdigd makelaar, en J.D. Jongsma, deurwaarder, in het Nieuwsblad van Friesland weten dat ze zich hebben verenigd om per 1 januari 1918.  Op zowel de Verlengde Dracht 301 als op de Nieuwburen 152 worden gevestigd een administratiekantoor van roerende en onroerende goederen.  Breedpad 501 komt in beeld in een uitgebreide advertentie van 21 mei 1918  waarin het Bestuur van de Sint-Johannesgaster Veenpolder in Schoterland en Haskerland het kantoor van de secretaris-ontvanger Jacob Bergsma op Breedpad 501 vestigen.  Ook het Bestuur van de Heerenveensche Onderlinge Brandwaarborgvereeniging te Heerenveen meldt dat dit adres het kantoor is van de boekhouder. Het bericht is ondertekend door Tj. Hepkema. voorz. en J. Bergsma, secr. Tevens is het Administratiekantoor van roerende en onroerende goederen te Heerenveen verhuisd van Verlengde Dracht 301 naar Breedpad 501 bij J. Bergsma, beëdigd makelaar. Bergsma (1882) blijkt een bezige administrateur. De samenstelling van zijn gezin bij de komst naar Breedpad 501 is dat naast hem zijn vrouw Jetske Hibma (1886)  en de jongens Foppe Gerke (1912) en Abe (1917) zich hier nestelen.

De Personele Omslag van 1919 wijst als belastingplichtige aan de heer Jacob Bergsma, die dat jaar op basis van een belastbaar bedrag van fl.1100,- een aanslag van fl.67,13 moet voldoen.  In het adresboek 1922 staat hij nog geregistreerd op Breedpad 512, maar in een advertentie van de Hepkemakrant van 19 december 1922 laat hij weten te zijn verhuisd van Breedpad 512 naar de Stationsstraat C 9 om daar zijn werk als beëdigd makelaar in onroerende goederen en administrateur voort te zetten. De gezinskaart moet ook in die tijd zijn opgemaakt, want daarop wordt het beroep ‘notarisklerk’ doorgehaald en vervangen door ‘makelaar’.

De kadastrale registratie van kad. nr. A-389 heeft - uiteraard met enige vertraging - al eens laten weten - dat de directeuren van Van Gend en Loos:  George Jean Constant Colignon, expediteur, Antwerpen; en consorten René Francois Hippolyte Colignon en Ferdinand Auguste Gabriel  Colignon & 3 kinderen; allen expediteurs te Antwerpen hun oog op dit pand hadden laten vallen. Niet voor eigen gebruik, maar om hun vestigingsdirecteur en dus expediteur - van Van Gend en Loos - Antonius Johannes ten Pas, vrouw en twee dochters  royaler te kunnen huisvesten. Tot dan hebben ze vanuit Breedpad 510 (tegenwoordig Breedpad 11 dus) die zaken behartigd. In mei 1923 verhuizen ze, maken de hernummering mee naar het adres Breedpad 15 en verhuizen pas in september 1936 naar de Nieuwburen. Wanneer hij op 27 januari 1938 overlijdt wordt er in de Hepkemakrant een korte necrologie opgenomen, waaruit blijkt dat hij naast zijn expediteursbezigheden ook voor het R.K.-verenigingsleven van waarde is geweest.

In 1928 (kadastraal dienstjaar 1929) besluit de Colignonorganisatie tot verkoop van huis en erf van Breedpad 15. En natuurlijk wordt de nieuwe organisatie de ‘N.V. Algemeene Transport Onderneming (A.T.O.), gevestigd te Utrecht’  eigenaar.

Overigens is er in 1935 een verschil van inzicht tussen de gemeente en N.V. Expeditie-Onderneming van Gend & Loos, Factorijen der Nederl. Spoorwegen, Utrecht. Op 2 september in er in het kader van de ‘Zorg voor wegen’ sprake van plannen voor verbetering van het Breedpad. Gemeentewerken wil slechts een beperkt gebruik van de stoep  (eigendom van de eigenaren) voor goederen, maar de N.V. is bereid de geplande stoep te tolereren mits ze er goederen op mogen zetten en zijn niet bereid belasting daarvoor te betalen. Voor een bijdrage van fl.7,20 voor de aanleg zijn ze bereid te betalen. (Dossier Gemeentearchief 207-9, 1935-1938)

05 NvFrl 27 01 1938 01 27 overlijden A.JOp het Breedpad 15 is het rond 25 augustus 1936 een drukte van belang. De heer Hein Hamer moet zich installeren als opvolger van de heer A.J. ten Pas als nieuwe directeur van Van Gend en Loos. Hij is tot dan ‘agent’ geweest van die organisatie in Lochem. Van Gend en Loos - bekend geworden van de aan-en afvoer van goederen bij de N.S.-stations - is in 1928 ondergebracht bij Algemene Transport Onderneming (A.T.O.), een dochter van de Nederlandse Spoorwegen en heeft toen als nieuwe naam ‘N.V. Expeditie Onderneming van Gend & Loos’ gekregen. Deze ging zich uitsluitend richten op goederenvervoer en de ‘A.T.O’ op personenvervoer. (Wikipedia).

De heer Hein Hamer heeft door de ontwikkeling in het vervoer slechts een korte carrière in Heerenveen kunnen maken. Een publicatie in het Nieuwsblad van Friesland van 21 februari 1938 over ‘Het stukgoederenvervoer’ vertelt ons, dat op 1 maart het streekvervoer gedeeltelijk wordt ingevoerd door N.T.M. Met als gevolg, dat een aantal vrachtgoederenkantoren van de Ned. Spoorwegen, Van Gend & Loos en A.T.O. worden opgeheven. Daarbij is ook Heerenveen en derhalve wordt de heer Hamer overgeplaatst naar Zwolle (Bericht van 11 maart 1938). De woningkaart heeft die nieuwe situatie al op woensdag 9 maart 1938 mogen registreren.

Het huis staat ruim een maand leeg als - volgens de woningkaart - op 27 april 1938 uit Gorredijk wordt ingeschreven Imke Blauw. Deze staat in het Adresboek 1938 ingeschreven op Breedpad 15 met als beroep “Commies N.T.M.”. Gelukkig geeft ook de woningkaart van Breedpad 15 de datum van vertrek van Imke Blauw naar de Begoniastraat 11 naar een redelijk nieuwe woning, want de straat heeft haar naam gekregen bij besluit van 1 februari 1937. Hij verhuist daar naartoe per 6 mei 1939.

Een ‘trefwoordenonderzoek’ op www.delpher.nl geeft diverse scores bij het zoekwoord ‘Imke Blauw” - Heerenveen, maar dan krijgen we inhoudelijk talloze treffers van de timmerman Imke Blauw, die juist in deze jaren zijn lijkkistenfabriek met magazijn op de Heerenwal 58 in zwaar weer ziet komen door een vonnis van de arrondissements-Rechtbank te Heerenveen. Hij is op 1 november 1934 failliet verklaard en mr. J. de Geer als curator moet dat afwikkelen. Het is een slepende zaak geworden, want pas op 25 mei 1938 komt er een einde aan als de uitdelingslijsten verbindend worden verklaard. Maar dit terzijde !

Om vast te kunnen stellen wie de nieuwe bewoner wordt na de commies van de N.T.M. Imke Blauw proberen met het trefwoord “Breedpad 15” opnieuw aanwijzingen te vinden van de volgende bewoners. Na 1939 immers zijn er geen gezinskaarten meer te raadplegen en het volgende adresboek komt pas weer van de drukpers in 1949.

De woningkaart speelt ons dan de naam van Jan Westerhof in handen. Hij wordt ingeschreven op 12 mei 1939 en vertrekt pas weer op 24 juni 1947. Zou dit de ‘voorman van de N.T.M’  kunnen zijn, die in het adresboek van 1938 nog woont op de Thialfweg 12. De woningkaart geeft ons daarin volkomen gelijk.

06 NvFrl 06 07 1940 amateurfotografen kopieEen advertentie in de Hepkemakrant van 6 juli 1940 speelt ons dan een advertentie in handen met indirecte informatie: het secretariaatsadres van de Amateur-fotografen-Vereeniging te Heerenveen: op Breedpad 15. Een vervolgadvertentie 2 augustus 1940 nodigt uit lid van die vereniging te worden door aanmelding bij De Leeuw, wonend op ‘t Meer 1a. (Dat is volgens het adresboek: J.B. de Leeuw, klerk van het kadaster.), bij (R.) Oostindiër, kapper op Dracht 100, en De Jong, Breedpad 15. Bij de laatste naam moeten we in ieder geval één of dé nieuwe bewoner hebben. Voor een deel kunnen we dat oplossen door een advertentie van 30 september 1940 te citeren: “PASFOTO’S. Op verzoek kunt U mij nog ontbieden aan huis Donderdag 3 Sept. te Wijnjeterp & Omgeving. Zendt bericht Breedpad 15, H’veen of De Jong, Wijnjeterp a.d. Vaart. Film-foto-onderneming de JONG, Wijnjeterp”. Met dit gegeven krijgen we in een huwelijksadvertentie vaste grond onder voeten, wie geven daar kennis van hun voorgenomen huwelijk op 24 october 1940 ? “J.D. de Jong” en “H. Wiegersma”, resp. Breedpad 15 en Wijnjeterp 45. En het toekomstig adres wordt Nieuweschoot 23 (maar dat terzijde). Jan de Jong is op 10 juni 1940 als kostganger komen inwonen op Breedpad 15, dus als (tijdelijk) medebewoner-kostganger van Jan Westerhof. Hij vertrekt ook weer volgens de woningkaart en inderdaad naar Nieuweschoot nr. 23. Ook tijdens de rest van de oorlogsperiode heeft hij drietal kostgangers onderdak verschaft.  Jentje Zijlstra van 10 juni 1940 tot 5 mei 1941; Hans G. Salomons van 12 mei 1941 tot 24 augustus 1942 en Edmund Salomons eveneens van 12 mei 1941, maar deze gaat pas weg op 29 januari 1944. Vervolgens heeft Westerhof nog vanaf 4 oktober 1944 tot 26 april 1946 als kostganger Rommert Bakker uit Leeuwarden gehad en deze keert daar ook weer terug.

Het jaar 1942 betekent voor Breedpad 15 wisseling van eigenaar, beschreven in een koopbrief. De N.V. Algemeene Transport Onderneming (A.T.O.), heeft de persoon van Rudolf Gijsbertus Marie August Heg, directeur van de N.V. en wonend in Maartensdijk, gemachtigd het in 1928 aangekochte pand Breedpad 501 (kad. A-389), te verkopen voor een prijs van 5000 gulden aan de gemachtigde koper Christiaan Grauw, directeur van de N.V. Nederlandse Tramweg Maatschappij (N.T.M).

Het jaar 1942 betekent voor de bewoners van Breedpad 15 een jaar om feest te vieren. Hun dankbare kinderen kondigen in de Hepkemakrant van 13 november 1942 aan, dat op maandag 16 november D.V. hun ouders J. Westerhof en A. Westerhof- van Kalsbeek hun 25 jarige echtvereniging zullen herdenken. En natuurlijk betuigt het echtpaar enkele weken later hun hartelijke dank voor de vele blijken van belangstelling.

Het jaar 1942 betekent voor één van de kinderen Westerhof, namelijk G., dat zij is betrokken bij de Christ. Reciteer Vereniging “Vriendenkring”, die op 8 januari 1942 in het Posthuis te Heerenveen een opvoering houden van het spel “Eén, die niet geteld wordt!” Breedpad 15 is één van de voorverkoopadressen.

Het jaar 1942 en 1943 betekent voor de familie Westerhof ook, dat de oorlogsomstandigheden hen noodzaken b.v. kleding te koop aan te bieden en vier haardfauteuils. En op 12 juni 1944 maakt J. Westerhof bekend, dat hij een Agentschap voor de Jouster Stoomwasserij heeft aangenomen. Op 24 juni 1947 zetten ze hun boedel in  de verhuiswagen en vertrekken naar de Stationsstraat 16.(Woningkaart)

Nauwelijks een week later staat de nieuwe bewoner Teunis Kiekebos met zijn huishoudster uit Meppel voor de deur om hun bezittingen naar binnen te slepen. Het is dan 3 juli 1947. Op diezelfde dag wordt op de achterkant van de woningkaart bijgeschreven Jantje Hoornstra, e.v. J. Tebberman en kinderen.  Op 19 mei 1948 biedt hij een damesfiets aan om te ruilen tegen een kinderwagen. Er lang blijven zij er niet wonen, want per 10 oktober 1949 laten ze zich al weer uitschrijven naar Assen. Kort daarvoor probeert hij nog een ‘beste luidspreker met een regelaar’ te verkopen voor fl.12,50. Teunis Kiekenbos is schoenmaker en staat nog in het adresboek 1949.

In 1948 heeft de N.T.M. besloten, dat hun bezit aan Breedpad 15 mag worden verkocht. Johan Herman Post, chef van de dienst van weg en werken krijgt machtiging als verkoper namens de maatschappij. Hij sleept fl.6000,-  in de wacht door het te verkopen aan expediteur Sijtze Sipkes de Jong, die zelf in het huis nr. 4 aan de Propstrasingel woont. Notaris Harm Veeninga te Heerenveen zorgt voor het ‘verlijden’ van de koopbrief. Deze transactie vinden we in het kadastrale dienstjaar 1950 terug in de legger van de N.V. Ned. Tramweg Maatschappij, maar ook in de nieuw toegekende legger 3307 van Sijtze Sipkes de Jong, die een ‘huis en erf’ koopt en er door de verbouwing van 1949 een ‘bovenwoning, garage en erf’ van heeft laten maken. De financiële consequentie is een stijging van de ‘gebouwde waarde’ van fl.248,- naar fl.273,-.

De werkelijkheid van Sijtze Sipkes de Jong is de bouwvergunning nr. 18 uit 1949. Uit zijn aanvraag als 12 Breedpad1947 nr 15expediteur en wonend aan de Propstrasingel blijkt hij het benedenhuis van Breedpad 15 te willen veranderen tot garage en de bovenwoning in gedeelten te verhuren. Hij denkt daar met een bouwsom van fl.2510,- door bouwmeester-aannemer K. Schaap uit de Begonistraat een grote garagedeur (3.80 bij 3.60 meter) in te zetten, met een betonnen latei daarboven. De garagevloer (9.90 bij 5.20 meter) wordt ook van beton en het plafond wordt met asbest vuurvertragend gemaakt. De tekening is gedateerd op 7 mei 1948.

Links langs de garage loopt dan een halletje met een gang naar de achterliggende vertrekken en de inpandige trap naar de bovenverdieping. Deze bestemming noopt de gemeente een aantal veiligheidsvoorwaarden aan de bouwvergunning te verbinden, zoals ventilatieopeningen in de deuren en een afvoerkanaal, die tot 50 cm boven het dak moet reiken. Verder zijn in de garage twee schuimblusapparaten verplicht gesteld. Het advies op de bouwaanvraag werkt daardoor ietwat vertragend en de vergunning wordt pas op 9 febr 1949 van kracht.

De bedoelingen van Sijtze de Jong voor de bewoonbare vertrekken zijn vanaf het begin duidelijk. De kamers worden verhuurd !

Geurt van Dijk gaat per 19 mei 1948 een gedeelte van het huis bewonen tot aan 12 october 1951 en verhuist dan naar de Melchior de Grotestraat. Vrijwel gelijktijdig bewoont Alfred F. Vaas een ander deel van het huis in de periode 5 october 1949 tot 28 augustus 1951. Hij komt uit Assen en gaat naar Leeuwarden. Opnieuw wordt het door zelfs drie huurders bewoond. Melkventer Aaldert Piso (van 20 september 1951 tot 18 juli 1956) smaakt het genoegen, dat zijn dochter Trijntje wordt geboren op Breedpad 15 op 13 november 1953.  Klaas Oosterhof (van 16 october 1951 tot 27 september 1952), die eerder op de B.F.-weg woont verhuist vrij snel naar  Heideburen 77. En Imke Posthumus (van 30 october 1952 tot 5 september 1956), wiens beroep we niet hebben kunnen vaststellen vraagt op 23 april 1955 in de Friese Koerier een dienstbode. Dan is er een Tjeerd de Jong, die van 30 juli 1956 tot 19 juli 1960 hier ook z’n adres heeft. Ook Tjeerd de Jong en zijn vrouw J. van der Sluis kondigen met grote blijdschap aan de geboorte van dochter Sietske, die op 8 november 1958 op Breedpad 15 ter wereld komt. Na hun vertrek lijkt het erop, dat banketbakker Sjoerd Idzinga deze woonruimte gaat bezetten. Van 19 augustus 1960 tot 2 oktober 1964 staat hij ingeschreven. Geert Bakker is slechts een ‘passant’, die slechts iets meer dan een jaar woonruimte opeist, nl. van 20 oktober 1964 tot 23 december 1965.

‘t KOEPELTSJE (1962-1967)

In de periode dat het expediteursbedrijf van de gebroeders de Jong Breedpad 15 gebruikten voor hun bedrijf is meer dan de rechterhelft van de onderpui bestemd voor een gigantisch garagedeur.   Uit het boekje van Willem Winters - met zijn (jeugd)herinneringen uit de periode 1962-1967 - hebben we gelezen, dat hij een aantal jaren als ‘kamerbewoner’ en ‘onderhuurder’ van Hennie Popma, die de volledige bovenwoning in huur heeft gehad van eigenaar Sijtze S. de Jong, dat ze het pand ‘t Koepeltsje noemden. De voorste kamer heeft dan een koepelvormig plafond, namelijk! De rest van de bovenverdieping krijgt door de Popma’s allerlei bestemmingen, waar met name jongelui smachtend naar zelfstandigheid op af komen. Willem Winters en zijn kameraad Gerard zijn daarvan twee geweest.(Willem Winters: ‘Nou su we sien of dat waar is’, zei Klaas Bak. Herinneringen aan Heerenveen, in het bijzonder aan de Badweg. 2014)

Op 22 september 1967 komt Neeltje de Boer, echtgenote van Sjoerd Adema, zich vestigen. Zij komt van Thialfweg 44. Dat betekent meestal dat de dame in kwestie als verpleegster is werkzaam geweest. Haar zuster Broerkje de Boer, afkomstig uit Smallingerland trekt per 4 oktober 1967 bij haar in. Wanneer Neeltje  op 24 december 1968 naar Workum verhuist, wordt Broerkje hoofdbewoonster tot 20 januari 1969. Zij gaat dan naar de Herenwal 185. Overigens hebben de gezusters De Boer ook nog een inwonende ‘kb’ (we houden het op: ‘kamerbewoner’) gehad. Dat blijkt Elske W. Dotinga te zijn, die afkomstig is uit Rauwerderhem (21 febr. 1968) en daar per 9 juli 1968 weer naar terugkeert. Iets later dat jaar op 2 september 1968  wordt die kamer gehuurd door kostganger Gerrit Mosk, die eerder op de Lindenlaan 10 heeft gewoond. Hij wordt op 4 september 1969 hoofdbewoner, maar vertrekt niettemin 16 november 1970 naar de Noord-Oostpolder. Vervolgens komt eveneens van de Thialfweg 44: Hiltje Hiemstra, die de opengevallen plaats per 10 maart 1969  voor een half jaartje bewoonbaar houdt, want ze vertrekt 4 september 1969 naar Groningen.  Gerrit Mosk biedt tijdens zijn hoofdbewonerschap vanaf 10 maart 1969 een kamer aan voor bewoning door Aaltje J. Schokker - ook weer afkomstig van Thialfweg 44 (zusterhuis van het Ziekenhuis)- die op 16 november 1970 dan de rol van hoofdbewoner overneemt van Gerrit Mosk. Zij is inmiddels getrouwd met Auke Hiemstra. Deze staat overigens niet op de woningkaart. Aaltje houdt het nog vol tot 13 mei 1971 en vertrekt dan naar Smallingerland.

De wisselingen van bewoners maakten het nodig een vervolgexemplaar aan te leggen van de woningkaart voor Breedpad 15. Uit die vervolgkaart mogen we - dunkt me - de conclusie trekken, dat er drie verhuurbare eenheden op de bovenverdieping zijn te vinden. Op drie tijdsstippen in 1971 vestigen zich namelijk drie verschillende personen, die vermoedelijk niet aan elkaar zijn gerelateerd. Op 19 april is daar Marten F. de Vries, die uit Lemsterland komt en op 22 november naar Haskerland gaat. Op 16 april is Pieter K. Wiersma uit Groningen al ingeschreven en die verdwijnt op 31 oktober ook weer naar Groningen. De derde is Henderika G. Dijkstra, ega van Ultsje F. Koopmans, welke 12 juli komt uit Lemsterland en op 30 november trouwens ook naar Haskerland gaat. Dat zou vraagtekens kunnen oproepen (?).

hip 138 11 kadaster nr A 389Het kadaster zet ons op het spoor van een grootscheepse verandering. Eigenaar van Breedpad 15 Sijtze Sipkes de Jong, zelf wonend in de Koolwitjestraat, verkoopt in het kadastrale dienstjaar 1972 (dus in werkelijkheid iets eerder) kadastraal A-389 (groot 1.83 are) volgens de omschrijving “Bovenwoning, garage en erf”, samen met een gebouwde waarde van fl.273,- voor de belasting. De nieuwe eigenaar is Bote Hoekstra, slager op Breedpad 13, die practisch onmiddellijk aan een verbouw van het pand begint. Op 3 februari 1972 deponeert hij zijn aanvraag voor een bouwvergunning bij de directeur van Gemeentewerken. Hij wil de garage verbouwen tot winkel met bovenwoning. (Vergunning nr. 42, jaar 1972.) In de bijzonderheden van deze verbouw door Bouwbedrijf Telgenhof is een enorme aandacht voor brandwerendheid, zoals een zelfsluitende brandwerende deur, een volledige brandwerende trapopgang naar de bovenwoning, een droogpoederbrandblusapparaat en uiteraard brandwerende plafonds. Buitengewoon van belang is de wijziging van de gevelindeling. De foeilelijke garagedeur van het vervoersbedrijf moet plaatsmaken voor een moderne winkelgevel aanzien, welke door het advies nr. 326-72 van de Provinciale Commissie wordt beïnvloed. (tekening)

Na de verbouw geldt een nieuwe beschrijving, namelijk ‘winkel en erf’, en is er meteen voor Willemtje de Haan, echtgenote van Klaas Kuipers, onderdak in de bovenwoning geweest van 26 juni tot 11 augustus 1972 op Breedpad 15. De woningkaart vertelt ons, dat ze uit de Azaleastraat naar hier is gekomen en dat zij per 11 augustus woont op Breedpad 15a. Voor haar is met ingang van die datum een nieuwe woningkaart gemaakt op dat adres, waarop later met potlood het adres Propstrasingel 1 de plaats inneemt van Breedpad 15a. Daar is ze nog ruim een jaar gehuisvest geweest. Op 3 september 1973 is ze naar een plaats gegaan, welke wordt aangeduid met de afkorting ‘Gv’.

Nu deze verbouwing een mooie ruime winkel heeft opgeleverd kan Jacobus de Vries zijn passie (de schaatssport) ook zakelijk vorm geven. Uit de Leeuwarder Courant van maandag 24 april 1972 vernemen we, dat Jacobus de Vries in het Thialfstadion al een drukke praktijk heeft gehad in de ‘afgelopen winter’. Hij heeft zijn sportmasseursdiploma gehaald en maakt zelfs kans verzorger te worden van de Friese herenselectie onder leiding van Theo Dijkstra. Maar het echte nieuws in dit stukje journalistiek is de mededeling, dat hij - zelf oud-hardrijder - de komende zaterdag (dat is dus 29 april 1972) zijn nieuwe sportzaak aan het Breedpad laat openen door wereldkampioene en (in die week de koninklijk geridderde) Atje Keulen-Deelstra.

Vertrouwend op zijn naambekendheid in Heerenveen maakt hij spaarzaam gebruik van de provinciale media (Leeuwarder Courant, Friesch Dagblad). Voor het allernieuwste apparaat op het gebied van schaatsenslijpen wordt ‘dit ingenieuze machientje’, die niet langer dan vijf minuten nodig heeft om perfecte scherpe ijzers af te leveren, als een service aan het publiek gezien. De Leeuwarder Courant helpt hem op 6 januari 1973 met een artikel: “Enthousiaste Jacobus de Vries: Nieuw apparaat kan snel alle soorten schaatsen slijpen’.

Op 22 januari 1975 wordt Jacobus de Vries door het Thialf IJsstadion ter gelegenheid van de E.K. Heren op 25 en 26 januari  nog genoemd in wat wij als zijn laatste advertentie in de Leeuwarder Courant beschouwen, voorzover het Breedpad 15, Heerenveen als voorverkoopadres functioneert. De woningkaart van Breedpad 15 vermeldt als laatste bewoner Jacobus de Vries zelf, die op 1 juni 1975 van de S. van der Laanstraat 17 komt en op 25 februari 1976 naar de Dracht 32 verhuist. Hoever de plannen dan al zijn voor zijn volgende stap in de sporthandel kunnen we slechts gissen. De aankondiging op 31 december 1976 spreekt echter duidelijke taal:

Dracht 32 is namelijk het pand van Sportcentrum de Haan, die zich uit deze sector heeft teruggetrokken. Jacobus de Vries vestigt zich voor een lange reeks van jaren.

07 LC 31 12 1976 Zentrasport JacdeVries Dracht 32

Voor het pand  Breedpad 15 meldt zich een nieuwe huurder, welke zich op 17 maart 1977 in een advertentie afficheert als “Voor al Uw tentreparaties in eigen atelier Campingshop Nieuwehorne. Ook speelgoedshop Breedpad 15, Heerenveen”.  Op 3 mei 1978 zijn er in Heerenveen al drie adressen, t.w. Schans 7, Breedpad 15 en Akkersplein 171, en in Nieuwehorne op de Schoterlandseweg 127a. De vestiging op Schans 7 meldt zich al in een advertentie in de Leeuwarder Courant op 28 maart 1978.  Hoe lang de vestiging op het Breedpad stand heeft gehouden is niet geheel duidelijk. Aan de Campingshop Nieuwehorne en Akkersplein is de naam van De Groot verbonden, die tevens speelgoed in het assortiment heeft gehad. Voor de vestigingen in Heerenveen heeft de Gemeentegids 1979-1980 op pagina 68 de eer gehad van de “Speelgoed-& Campingshop, Akkersplein 171 - Breedpad 15, Heerenveen - tel. 05130-28041” een bedrijfsreclame te mogen plaatsen. Dat is een unieke reclame, want in de jaren ervoor en ook daarna is niets in die gidsen over het bedrijf te vinden. Verder staat er in de krant van 9 april 1980 een bericht over brand in de campingzaak te Nieuwehorne in 1977 en aan het Akkersplein in 1980. Wel vinden we nog een artikel in de Leeuwarder Courant van 27 juli 1979, waarin de malaise in de kampeerbranche wegens het slechte weer in deze zomer aan de orde is. Jan de Groot van de Heerenveense campingshop houdt weliswaar geen opruiming, maar compenseert zijn slechte resultaten ten opzichte van een jaar eerder met de verkoop van speelgoed en spelletjes uit de speelgoedshop, en met regenkleding en laarzen.08 LC 17 03 1977 Camping Speelgoedshop Ook hij spreekt van een rampzalig seizoen in de camping-branche. Tenslotte hebben we nog gezocht naar de bedrijfsbeeindiging van de speelgoed-en campingshop in Heerenveen. Helaas hebben we dat niet kunnen vinden. Wel is er op 24 augustus 1983 nog sprake in de Leeuwarder Courant van de duitser Manfred P., die veroordeeld wordt voor een in inbraak op 11 mei 1983 in ‘een’ campingwinkel’ in Heerenveen.

Foto 161 van Museum Heerenveen brengt die situatie uit juli 1976 in beeld.

Breedpad 15 komt pas weer in de picture nadat eigenaar B. Hoekstra een ontwerp heeft laten maken door architectenburo Sipma. Dat ontwerp is op de tekening genummerd 84125-1 en gedateerd 5 februari 1985 en maakt deel uit van de aanvraag voor een bouwvergunning nr. 64-85. De winkel met bovenwoning moet worden vernieuwd tot kantoor/winkel met bovenwoning en er is meer dan een ton mee gemoeid. In de bijzonderheden van de aanvraag is er sprake van ‘herstel brandschade’. Bouwkundig wordt een nieuwe voor-en achtergevel genoemd, een nieuwe kap, een nieuwe indeling van de boevenwoning; de herindeling van dienstruimten op de begane grond, zoals de entree en berging van de bovenwoning, maar ook een toilet met keuken van kantoor en winkel.

Het blijkt uit een advertentie in de Leeuwarder Courant van 7 september 1985, dat de bouw is afgerond. Makelaardij Hoogeveen heeft de opdracht gekregen zich te richten op ‘te huur aangeboden’ van de parterre ‘ van het geheel - onder arch.- gerenoveerde winkel-of kantoorpand Breedpad 15 te Heerenveen’. De oppervlakte is ± 95 m2 op goede stand en met ruime parkeergelegenheid. Bovendien voorzien van c.v., keuken en sanitair. Het is zelfs nog mogelijk, dat  met indelingswensen rekening kan worden gehouden, terwijl de huurprijs redelijk wordt genoemd (zonder de prijs te noemen).

De huurprijs blijkt zo redelijk te zijn, dat makelaar Hoogeveen in een aantal advertenties van zijn bedrijf - waarin hij andere woonprojecten aan de man probeert te brengen - Breedpad 15 in gebruikt als zijn kantooradres: Hoogeveen Makelaardij OG, tel. 0513-25635. De conclusie die wij daaruit trekken, is dat hij zelf de huurder van de parterre is geworden. Zoals gebruikelijk kijken we een lange serie bemiddelingsadvertenties om te zien welk adres Hoogeveen in de advertenties gebruikt en dan blijkt tot en met 23 november 1985 het adres Breedpad 19 regelmatig te worden gebruikt. Op 15 december 1986 vinden we vervolgens het adres Breedpad 15. De laatste advertentie met dit adres wordt gesignaleerd in de Leeuwarder Courant van 22 december 1990. Inmiddels heeft Hoogeveen ook de voet tussen de bemiddelingsmarkt in Joure gekregen en derhalve verplaatst hij zich per 10 juli 1993 naar de Joure in de Midstraat.

Op 20 december 1991 zet <www.delpher.nl> ons op het spoor van een nieuwe gebruiker van Breedpad 15. Het programma vindt in een advertentie van de VGNN (Vereniging Gezondheidszorg Noord-Nederland) het kantooradres van deze organisatie, waar onze belangstelling naar uitgaat. In nog een tweetal advertentie wordt de Balanspolis ook aanbevolen met als referentieadres Breedpad 15 te Heerenveen. We mogen aannemen, dat deze VGNN-organisatie in het pand kantoor houdt. Overigens vinden we in een eerdere advertentie van 8 mei 1991 al een verbinding tussen het regiokantoor van de ANOZ Gooi Apeldoorn Groep te Leeuwarden en de ziekenfondswinkel te Heerenveen, wanneer ze gezamenlijk op 10 mei 1991 de jaarlijkse personeelreis maken en daartoe kantoor en winkel voor een dag de zaken opschorten. Op 22 mei 1991 bevestigt het Ziekenfonds ANOZ, dat zij een fusie is aangegaan met de ziekenfondsen Het Gooi e.o. en Apeldoorn e.o. met als naam dus Anoz Gooi Apeldoorn Groep.

09 LC 08 05 1991 ANOZ ZiekenfondswinkelPas in 1993 wordt het bezit van B. Hoekstra opnieuw onderwerp van bouwkundige veranderingen. Feit is dat er bij de directeur gemeentewerken op 5 oktober 1993 een aanvraag op het bureau ploft afkomstig van ANOZ-Verzekeringen te Utrecht. Zij willen een servicepunt en verzekeringswinkel stichten voor hun cliënten in Heerenveen e.o. Ze hebben kennelijk onderhandelt met eigenaar B. Hoekstra en een opdracht verstrekt voor een ontwerp aan het Buro voor Architectuur Oord BNA te Kampen. Deze ontwerpt een geveldraagconstructie van staal met een gevelpui van glas in een houten kozijn en daarboven een gevellichtbak. Die veranderingen worden begroot op fl.18.500,- excl. BTW.  De ‘welstandswaakhond’ Hûs en Hiem heeft bedenkingen en geeft kritiek op de integratie tussen gevelpui en lichtbak. Ook over de hardstenen onderdorpel. Ze komt overigens wel met ideeën voor verbetering. De raad van Heerenveen aarzelt niet en geeft op 14 december 1993 dus een positief besluit nr. 495-93 op de vergunningsaanvraag. Er kan worden gebouwd.

De voorlaatste ontwikkelingen zijn vermoedelijk geweest, dat om en nabij 2001 de ANOZ het pand heeft verkocht aan Kuiper Verzekeringen en Assurantiën. Diens naam komt als opdrachtgever van Bouwbedrijf Siebenga voor in de aanvraag voor de bouwvergunning nr. 275-2002. Het is de bedoeling, dat de gevel van het kantoorpand wordt veranderd aan Breedpad 15. Op 11 juni 2002 kan een begin worden gemaakt met de geraamde bouwsom van 9075 euro te transformeren in bouwkundige werkzaamheden.

Thans is het pand in gebruik volgens een ‘mânske’ gevelreclame bij “Wolthers Jagersma, letselschade-advocaten”.

 2016, november 5  - wibbo westerdijk - hip-backup

Webdesign© ajk