HIP-TIME MAGAZIN 134

hip 134 1 maqfoto

Heerenveen 262, 479, 540, 499, 510, Breedpad 11

Inderdaad, deze magische getallen betreffen allemaal datzelfde pand op de hoek van de noordwestelijke hoek van het Breedpad met de Molenwijk, sinds 1934 Gedempte Molenwijk. Het zijn de huisnummers, welke het pand in de loop van de jaren van 1809 tot heden op de deurpost heeft gehad. Die hernummeringen zijn kort voor 1880, 1900, 1910, 1920 en 1930 van kracht geworden op basis van een bestuurlijke afspraak in de gemeente Schoterland.

De uitwerking daarvan in 1879 staat in een ‘akte van aanbesteding’ door de gemeente onder inventarisnummer SCO 1127. De ‘voorwaarden waarop door de Burgemeester der Gemeente Schoterland zal worden overgegaan tot de aanbesteding bij gesloten briefjes van een geheel nieuwe vernummering van de gebouwen in die Gemeente. Het achtste perceel betreft de gebouwen onder Heerenveen, 540 in getal.” Het is aanbesteed op 1 november 1879 aan Jan Willems Kampen, verwer te Nijehaske, voor 83 gulden, met als borg Jan Ankerman, mandemaker te Nijehaske.

Deze maatregel komt eigenlijk dertig jaar later nadat het op aandringen van de gouverneur in 1851 op de agenda van de raad der gemeente is gezet. Op 9 maart 1852 wordt namelijk een verordening afgekondigd, waarin wordt bepaald, dat huizen die zullen worden bijgebouwd een a., b. of c. etc. krijgen toegevoegd aan het voorgaande huisnummer. Wel blijft de doorgaande nummering door heel Heerenveen (Schoterland) bestaan.

Het bovenstaande fragment van een kleurenfoto is gemaakt van de in het museum Heerenveen tentoongestelde maquette, welke in het jaar 2000 de animatiefolder ‘Licht op historische Heerenveen’ siert met de bedoeling de werving van sponsoren te activeren. Plaatsgenoot Syb Braaksma  heeft de vererende opdracht voor de illustraties daarvan gehad. Graag willen we deze voor ons verhaal toepasselijke situatie van het Breedpad aan de vergetelheid van de folderstatus ontrukken. U weet dat het meeste linkse dak op deze foto toebehoort aan het pand met de kadastrale nummers A-383 tot en met A-386, waarover we eerder schreven in HIP-Time 131.

Allereerst belichten we - als het kadaster in 1832 effectief is geworden - het kadastrale nummer A-383. Het is dan de koopman Bote Spandaw, die het huis - met huisnummer 262 - en het erf met een grootte hip 134 2 Fragment Netteplan 1887van 3.50 are aan het ‘Breedepad’ tot zijn eigendom mag rekenen.  Trouwens ook de kadastrale nummers A-384, A-385 en A-386, waarvan het vaststellen van de bewoning aanzienlijk moeizamer gaat dan van huisnummer 262. De drie achterliggende bewoonbare panden hebben soms drie, soms vier en tenslotte twee gezinseenheden onderdak te bieden. Dat gaat nog door tot in het jaar 1865 beide gezinnen, die 262(a) en 262(b) gebruiken c.q. huren, naar elders verhuizen en de woningen niet langer terug te vinden zijn in het bevolkingsregister van die periode. We komen daarop terug.

 Het koopmanschap van Bote Sibles Spandaw komt in de eerste jaren niet tot een duidelijke omschrijving, maar uit aantekeningen van vroegere onderzoekers van Heerenveens historie wordt gesproken over handel in graan en vervoer over het water. Een relatie met graan vindt zijn bevestiging in januari 1842. De Leeuwarder Courant van 7 januari 1842 zet dan de volgende advertentie: “Uit de Hand te Huur, op den 12 Mei 1842: Eene beklante BAKKERIJ, te Luinjebert; te bevragen bij B. Spandaw, te Heerenveen”. Eigendom ? Bemiddeling ? Leveranciersbelang ? Dat valt hier niet uit af te leiden. Maar wanneer je in december 1843 dezelfde bakkerij te Luinjebert opnieuw ziet geafficheerd door B. Spandaw ga je daar wel aan denken.

Zijn familieleven is door het vroege overlijden van zijn eerste vrouw Trijntje Jacobs de Boer op 35 jarige leeftijd, die hem 6 kinderen (geboren tussen 1814 en 1826) nalaat, natuurlijk stevig overhoop gehaald. Hij is evenwel zo fortuinlijk vrij snel te kunnen huwen met Wiebrigje Fokkes Veenema. Deze neemt tevens de zorg op zich van een zich sterk uitbreidend gezin door daaraan 9 kinderen (geboren tussen 1828 en 1841) toe te voegen, waarvan slechts eentje (Fokje 1) op jonge leeftijd overlijdt. 

Op welstand van het gezin Bote Spandaw krijgen we in 1856 meer zicht na het overlijden van Bote Spandaw op 28 oktober 1856. Notaris Arjen Binnerts in Heerenveen gaat samen met candidaat-notaris J.G. de Jongh te Gorredijk bij logementhouder Jorissen op de Dracht op 16 december de nagelaten vastigheden verkopen.  Het gaat natuurlijk om een ‘ruime Koopmanshuizinge, met twee daaraan verbonden woningen en een pakhuis’ aan het Breedpad en de Molenwijk. De overledene heeft daar een lange reeks van jaren een succesvolle ‘handel in granen, dranken en kruidenierswaren gedreven’, mede door de gunstige ligging voor allerlei soorten bedrijven geschikt. Verder komt in de verkoop een winkelhuis met grond en tuin, vlakbij de kerk van Nijehaske. Op dit ogenblik is Jacob Spandaw (geb. 1824) daar de bewoner. Hij is vrijgezel. Als derde perceel wordt de ‘huizinge, nieuw gebouwde schuur en bakkerij, met grond en tuin in Luinjebird, welke wordt bewoond en gebruikt door S. Heinsius, aangeboden. Heinsius is daar al enige tijd bakker, maar het jaar na de verkoop vinden we zijn naam als kastelein in ‘De Pijlaars’ te Tjalleberd.

De Hervormde familie Spandaw heeft zowel in de Hervormde Kerk van Heerenveen als in die te Nijehaske een stoel-of vrouwenzitplaats. Ook deze zal worden verkocht. Dat er aan het bedrijf vervoersaktiviteiten blijkt uit de laatste kavel: “Een fraai en voor korte jaren nieuw gebouwd Jagt of Veerschip, groot 22 ton, met 1 Zeil, 5 Fokken en verdere inventaris”. In de acte van 2 december 1856 van notaris Binnerts (akte 387) lezen we een opbrengst van de verkoop van fl.5148.10. In een voorlopige toewijzing van een schip op 16 december 1856 wordt deze ‘De Jonge Bote’ genoemd. De weduwe blijft actief als winkelierster in granen en sterke drank, mede dankzij de hulp van een viertal geldschieters die een obligatie op haar affaire afsluiten, o.a. bakker Rodenburg te Heerenveen, bakker Boltje in Bovenknijpe en kastelein Hendrik Zandstra in Oudeschoot.

Zij overleeft haar man nog 4 jaar en overlijdt op 9 december 1860, precies 60 jaar oud. Dat betekent een kadastrale scheiding, welke in het dienstjaar 1862 wordt afgesloten.

Haar jongste zoon Bote Botes Spandaw (geb. 1841) wordt de eigenaar van A-383 (huis en erf aan het Breedpad no. 262) met een gebouwde waarde van fl.120.-. In het Bevolkingsregister Heerenveen 1850-1860 (SCO 1895) staat overigens als hoofdbewoner ingeschreven Fokke Botes Spandaw (geb. 1834) met als ‘affaire’ het grossierschap, en zijn vrouw Catharina de Jong. Tot 4 juli 1864 ook zijn zuster Fokje. Deze gaat dan naar Nijehaske verhuizen; zuster Klaaske gaat naar Ternaard; zuster Martha blijft deze periode nog en eigenaar broer Bote woont er ook bij in. In het familiebericht waarin F.B. Spandaw ‘uit aller naam’ in de Leeuwarder Courant mededeling doet van het overlijden van hun moeder, laat hij weten dat ‘de affaires op dezelfde voet gecontinueerd worden’.  Vlekkeloos verloopt dat niet altijd, want anders zou een borgtocht van Albert Rodenburg, mr. bakker op de Lindegracht, voor Fokke en Bote Spandaw, die de handel in sterke dranken drijvende willen houden ‘ten behoeve van en tot zekerheid van de ontvanger der belastingen in-en uitgaande rechten en accijnzen te Heerenveen terzake van een doorlopend krediet wegens de omslag van binnenlands gedistilleerd’ van fl.4000,- niet strikt nodig zijn. Notaris A. Binnerts formuleert dit in acte 229 op 15 juli 1870.

Eerder hebben we U toegezegd terug te komen op de bewoning van de andere woningdelen van huisnummer 262, omdat die bewoning zou eindigen in het jaar 1865. Over het waarom van dat einde kunnen we alleen maar speculeren. Mogelijk hebben de broers Spandaw de al oude huisjes nodig gehad als ‘bergplaatsen’ of als ‘pakhuizen’ ?  We weten het niet !

Aansluitend op de Volkstelling van 1830, waarvan we U de bewoners van alle wooneenheden al hebben gegeven, moeten we nu een beroep doen op de ‘Staten van de Loop der Bevolking’. De eerste die ter beschikking is in het gemeentearchief is van 1836.  Dat er van de Personele Omslagen van de jaren 1831 tot en met 1835 geen gegevens van de bewoners van nrs. 262a tot en met 262d zijn te vinden, heeft te maken met hun geringe belastbare inkomen. Slechts oud-Amsterdammer Pieter Fredrik Stuwe moet voor fl.2,32 personele omslag betalen, maar hij is dan ook “oud-visiteur” (belasting-inspecteur) en weduwnaar, 67 jaar oud. Zijn dochter Johanna Berendina trouwt met Johan Leonard van Schaijk, controleur der Rijksbelastingen, die in Heerenveen een zeer bekende persoonlijkheid blijkt.

De twee families die in de Volkstelling van 1830, nog wel staan: Feite Berends Schotanus, 27 jarige arbeider, en 31 jarige arbeider Lucas Prinsen, vinden we in de Personele Omslagen van 1831 tot en met 1835 niet terug. Zij zijn beide niet aangeslagen.

In de Staat van de Loop der Bevolking van 1836 wonen zij ook niet meer op dit adres bij Spandaw. Lucas Prinsen en zijn vader Lammert Everts Prinsen zijn allebei op 30 maart 1834 ‘s avonds om elf uur ‘in het water verdronken’. Vader Lammert is dan 68 jaar en zijn zoon Lucas is 35 jaar. Lucas zijn weduwe woont in 1836 op huisnr. 259 aan het Achterom (SCO). Feite Berends Schotanus is dan inmiddels weduwnaar en in 1836 net opnieuw gehuwd. Hij woont dan in Aengwirden.

Lijst van Bewoners van huisno. 262 (a), huurders van Bote Sibles Spandaw c.s.

1836   262a   Wiebe de Boer  zonder beroep  3 personen

1837   262a   Wiebe de Boer  zonder beroep  3 personen

1838   262a   Wiebe de Boer, koopman  13 personen

1839              geen gegevens beschikbaar

1840   262a   Wiebe IJntzes de Boer  zonder beroep  2 personen

1841   262a   Jacob Rinderts Scheepstra  arbeider  2 personen

1842              geen gegevens beschikbaar

1843   262a   Jolle Durks Jager arbeider  6 personen

1844   262a   wed. Broer v.d. Werf, zonder beroep  2 personen

1845   262a   Manus van den Berg  arbeider 3 personen

1846   262a   Manus van den Berg  schoenmakersknecht 3 personen

1847   262a   Manus van den Berg  schoenmakersknecht 3 personen

1848   262a   Harmanus van den Berg   schoenmakersknecht 3 personen  

1849   262a   Hermanus van den Berg   schoenmakersknecht 3 personen

1850   262a   Hermanus van den Berg   schoenmakersknegt 3 personen tot 1855

1855   262a   Marten Willems v.d.Tempel  timmerknegt 4 personen

1856   262a   Marten Willems v.d. tempel  timmerknecht  2 personen

1860   262a   Marten Willems vd Tempel   timmerknecht  2 personen

1865   262a   Marten Willems v.d. Tempel, vertrekt 12 mei 1865 naar Aengwirden.

            N.B. De verhuur door de Spandaw’s stopt !

Lijst van Bewoners van huisno. 262 (b), huurders van Bote Sibles Spandaw c.s.

1836   262b   Dirk J. Cuiper  gruttersknegt  6 personen

1837   262b   Johannes Nauta timmerknegt  3 personen

1838   262b   Johannes Nauta timmerknegt  3 personen

1839               geen gegevens beschikbaar

1840   262b   Johannes Jans Nauta  timmerknecht  3 personen

1841   262b   Johannes Nauta timmerknegt 2 personen

1842   geen gegevens beschikbaar

1843   262b   Johannes Nauta  timmerknegt  4 personen

1844   262b   Johannes Jans Nauta  timmerknegt 4 personen

1845   262b   wed. Popke F. v.d. Werf  arbeidster  2 personen

1846   262b   wed. Popke F. v.d. Werf  zonder beroep  2 personen

1847   262b   wed. Popke F. v.d. Werf  zonder beroep  2 personen

1848   262b   wed. Popke F. v.d. Werf  zonder beroep  1 persoon

1849   262b   wed. Popke F. v.d. Werf  zonder beroep  1 persoon

1850   262b   Louw Louwrens de Boer   leerlooijersknecht  7 personen

1855   262b   Jacob Jisses Leertouwer   pottebakkersknegt    2 personen

1856   262b   Jacob Jisses Leertouwer   pottebakkersknecht  2 personen

1860   262b   Jacob Jisses Leertouwer   pottebakkersknecht  4 personen

1865   262b   Jacob Jisses Leertouwer,  vertrekt 1 juni 1865 naar Aengwirden.

                      N.B. De verhuur door de Spandaw’s stopt !

Lijst van Bewoners van huisno. 262 (c. en/of d.), huurders van Bote Sibles Spandaw c.s.

1836   262c   Tjitte D. de Jong arbeider 6 personen

1836   262d   Anke Blom  spinster 1 persoon

1837   262c   Tjitte D. de Jong arbeider  6 personen

1846   262c   Tiete Pieters van der Zee   koperslagersknecht     2 personen

1847   262c   Tiete Pieters van der Zee   koperslagersknecht     3 personen

1848   262c   Tiete Pieters van der Zee   koperslagersknecht     2 personen

1853   262c   IJsbrand v.d. Werf               conducteur                  2 personen

Nota Bene: Anke of Antje Blom is een oudere ongehuwde vrouw van 67 jaar, die op 18 december 1836 overlijdt in een huis van eigenaar en timmerman Abe Dirks Mulder. Het huisje staat in de Zwarte Steeg en kent minimale voorzieningen. In haar overlijdensacte staat ‘arbeidster’.

Kort voor 1878 wordt er door de gebrs. Spandaw een herschikking van hun bezit uitgevoerd, waarbij de kadastrale nummers A-384, A-385 en A-386 worden samengevoegd met A-383. Daardoor ontstaat - door wat men noemt - “dj. 1878 vereenigd” een perceel met huis en erf ter grootte van 4.34 are. In dat dienstjaar 1878 is dus ook het kadastrale nummer A-1550 toegekend. Op het kaartje van het netteplan 1887 is dat duidelijk te zien.

De periode in het bevolkingsregister van 1870 tot 1880 (SCO 1913) voorzover het Breedpad 262 betreft, levert de namen van de bewoners Fokke en zijn vrouw Catharina de Jong op. Broer Bote als vrijgezel woont erbij in; zus Martha is voor een korte periode even weer ‘thuis’ (14 nov. 1887 tot 2 juli 1888) en een nicht Minke Sterkenburg is eveneens reeds vaste bewoner sinds juni 1864.

In 1879 wordt een hernummering van de Heerenveense huizen administratief tot stand gebracht. Dat is voor het eerst na de invoering van de huisnummering in 1809. Huisnummer 262 krijgt nu een veel hoger huisnummer, nl. nummer 479. Voortaan laat het grietenijbestuur bij iedere volkstelling (om de tien jaar) de huisnummering aanpassen aan de uitbreiding van het woningarsenaal door nieuwbouw.

De periode 1880-1900 (SCO 1929) levert opnieuw een ander bewoningsbeeld op. Het bevolkingsregister heeft het overlijden van Fokke Botes Spandaw op 8 juli 1885 verwerkt, waarmee zijn weduwe Catharina de Jong het hoofd van het gezin wordt. Uiteraard in de bedrijfsvoering bijgestaan door zwager Bote Botes Spandaw. Nicht Minke (36 jaar) treedt uiteindelijk toch nog in het huwelijk op 9 mei 1889, wat meteen haar vertrek betekent naar Tjerkgaast waar haar echtgenoot Hendrik Meines, koopman is (38). Nieuwe bewoner in nr. 479 is Catharina’s neef Kornelis IJbes de Jong (geb. 1871), die als commissionair werkzaam is. In 1900 wordt Catharina’s zuster Janna (Janke) ook op dit adres ingeschreven.

Overigens krijgt de firma F. en B. Spandaw nog wel te maken met de vestiging van de slagerij van Jan Jans Smilde op no. 480, waarvoor zij vanwege de toestemming voor een hinderwetvergunning ook worden gehoord. Zij willen niet tegenwerken, maar hebben wel bezwaren. Zo vinden zij net als andere belanghebbenden, dat er geen stalling van vee mag worden toegestaan en evenmin een mestbult mag worden aangelegd. Bovendien moet het bloed van de slacht direct worden verwijderd.

Het jaar 1900 begint weer met een volkstelling en de Schoterlandse bestuurderen zien voldoende reden om de huisnummering weer te actualiseren.  Nu wordt nr. 479 omgenummerd naar nr. 540. Nieuw is ook dat Bote Botes Spandaw als hoofd van het gezin op nr. 1 staat in het bevolkingsregister 1900-1910 met het beroep ‘koopman’.  In 1905 schaart de firma F. en B. Spandaw zich bij een groep Heerenveense handelaren, die de vrachtrijders en vrachtschippers en anderen verzoeken ook na juni zaterdags Heerenveen te bezoeken. De zaterdagmarkt wordt dan namelijk op initiatief van de Kamer van Koophandel om meerdere redenen verplaatst van zaterdag naar donderdag.

Het kadaster licht ons achteraf in over de herbouw van het lange pand A-1550 in het dienstjaar 1907. De krant geeft ons daarover geen nieuws, maar in de kadastrale regel is sprake van een ‘pakhuis’ waarover eerder geen melding wordt gemaakt. Het meest zuidelijke gedeelte van het pand kan een functie als pakhuis hebben gekregen, en is de meest aannemelijke optie.

Drie jaar later - in het kadastrale dienstjaar 1910 - wordt het gehele kadastrale perceel A-1550 verkocht aan Egbert Jans de Jong. Die verkoop is terug te vinden als advertentie in het Nieuwsblad van Friesland van 9 december 1908. De veiling van het koopmanshuis met pakhuizen, graanzolders, erf en turfhok is groot 4.34 are is in het koffiehuis Prinsen op de noordoostelijke hoek van Molenwijk met Breedpad bij de Spandawbrug. Het huis heeft een zijkamer, keuken en achterhuis, waarin een regenwatersbak. Bij de finale veiling wordt op 19 december uitgegaan van een bod fl.5525,-.

Egbert de Jong is op dat ogenblik koopman in Oudehaske en gezien het gegeven uit het bevolkingsregister, dat hij per 18 mei 1909 het huis met zijn vrouw Nennigje Jacobs Huisman en hun vijf kinderen gaat bewonen, geeft weer eens aan dat het kadaster standaard achterloopt op de werkelijke situatie.

De 9e Volkstelling in 1910 is het  de aanleiding om opnieuw het huisnummer aan te passen. Deze keer wordt nr. 540 omgenummerd naar nr. 499. Egbert Jans de Jong geniet slechts korte tijd van zijn bewoning, want op 29 april 1913 overlijdt hij op 41 jarige leeftijd. (SCO 1964. Zijn weduwe Nennigje Jacobs Huisman vertrekt enkele maanden later op 22 juli 1913 met haar kinderen weer terug naar Nijehaske. Zij worden opgevolgd door Andries Bootsma, een kaaskoopman uit de Stellingwerven, die van een ander adres in Heerenveen hier naartoe verhuisde in mei 1913.  Samen met zijn vrouw Pietertje Heida en zes jonge kinderen, waaraan in 1914 nog eentje wordt toegevoegd, blijven ze niet zo lang. Immers ze verhuizen al weer op 11 mei 1915 om naar Huizum te gaan. Tot onze verrassing zijn de nieuwe bewoners oude bekenden, want Nennigje Jacobs Huisman, wed. Egbert Jans de Jong, koopvrouw, vestigt zich hier opnieuw vanuit Nijehaske. Dat is slechts voor enkele maanden, nl. van 22-5-1915 tot nov. 1915. Een andere woning in Heerenveen is hun bestemming.

Dan komt als nieuwe bewoner Willem Boerrigter met zijn dochter Maria elders uit Heerenveen.  Hij is expediteur bij Van Gend en Loos en weduwnaar. Maria doet de huishouding. Zij vertrekken per 1 mei 1917 naar Goor om te worden opgevolgd door Antonius Johannes ten Pas, eveneens expediteur bij Van Gend en Loos. Hij is afkomstig uit Goor. Zijn vrouw en twee dochters vergezellen hem. Tijdens de bewoning van ten Pas wordt eind 1920 opnieuw hernummerd. Deze keer van nr. 499 naar nr. 510.

Uit de verkoopadvertentie van notaris Schippers van 2 februari 1923 in het Nieuwsblad van Friesland van 8 februari 1920 blijkt het ruime koopmanshuis aan het Breedpad en de Molenwijk met een grootte van 4.34 are nog eigendom te zijn van E.J. de Jong. Het kantoor van Van Gend en Loos is er weliswaar in gevestigd, maar er wordt toch goed op geboden. Op 20 februari 1923 bij de provisionele veiling wordt het ingezet op fl.9400,- en bij de finale veiling op de 23e daaraanvolgend wordt koopster de ongehuwde Aukje Adriana Theresia Doedijns te Leeuwarden eigenaresse voor fl.9701,-. Zij blijft wonen in Leeuwarden en zal dit als een beleggingsobject hebben beschouwd. De expediteur A.J. ten Pas met zijn kantoor van Van Gend en Loos heeft kennelijk besloten per mei 1923 twee panden verderop - op Breedpad nr. 512 - zijn bedrijf voort te zetten. Dat blijkt uit zijn gezinskaart en uit verschillende foto’s, waarop te zien is dat aan de muur een bedrijfsreclame is bevestigd. Mevrouw Doedijns aanvaardt vervolgens als huurder per mei 1923 Pier Bos, koopman in touw. Hij woont eerder op Heerenveen no. 610 (Korflaan) en trekt nu met vrouw Romkje Geertsma, twee kinderen en een dienstbode naar het Breedpad 510.

Zijn eerste opdracht aan het Nieuwsblad van Friesland vinden we in het exemplaar van 8 juni 1923 met een grote advertentie met een opsomming van zijn assortiment:

“Het adres voor LANDBOUWBENOODIGDHEDEN is P.K. BOS, Breedpad, Heerenveen (Naast Café Prinsen). 1e soort Hooitiemen, 2-paards, fl.15,-; Achter-en Voorlijnen, per 10 vaam, per paar fl.3.- of fl.4.-, groote Paardedekken fl.3.-; Legerdekken fl.5.50, Koedekken, gestreept, 85 cent, Leidsels met knippen vanaf fl.1.50; Wagenvet per bus fl.1.25, complete luxe Tuigen fl.85.-, alles inbegrepen. Verder alles wat tot het het boerenbedrijf behoort in Leer-en Rouwwerk. Beleefd aanbevelend.”

Bij het selecteren van de berichtgeving in de krant met als zoekwoord “Breedpad 510” worden verrast met een grote advertentie, welke we na lezing willen afdoen met de kreet ‘dat zal wel fout zijn !’. Wat is namelijk de kop van een grote advertentie: “BEKENDMAKING - BOAZBANK.” Hun boodschap aan de Heerenveense bevolking is: “Met ingang van 1 October j.l. (1923) benoemden wij tot directeur onzer instelling den Heer L. BROUWER, voorheen procuratiehouder der Boazbank te Sneek.” Tenslotte als laatste in het oog springende zin lezen we dan: ‘BOAZBANK, BREEDPAD 510, HEERENVEEN’.

Bij een eerdere gelegenheid hebben al eens vastgesteld aan de hand van een bericht in de Hepkemakrant van 21 november 1919, dat met ingang van 17 november 1919 de Coöp. Spaar-en Voorschotbank “BOAZ” voor Heerenveen en Omstreken kantoor gaat houden op de Verlengde Dracht 269 en dat is het woonhuis van A. Borkent zoals blijkt uit het kohier van de Personele Omslag 1919 (ten noorden van de Koornbeurs).

Wat schetst onze verbazing wanneer we in de Hepkemakrant van 23 maart 1923 ook nog een advertentie vinden met de overduidelijke tekst: “Kantoor Boazbank Heerenveen verplaatst met ingang van heden van Lindegracht naar Breedpad no. 510”.  De vraag is dan: “Waar op de Lindegracht is het kantoor van de Boaz-bank dan wel geweest ?” Dus opnieuw gezocht ... en gevonden: “Kantoor “Boaz”-Bank (kassier-boekhouder A. Borkent), tijdelijk verplaatst naar Lindegracht 81, ten huize van F. Koksma, Banketbakker”. Zo luidt het bericht in het Nieuwsblad van Friesland van 1 mei 1923.

Teruggrijpend op deze datum 23-3-1923 komen we tot de bevrijdende conclusie dat de Van Gend en Loos-man Antonius J. ten Pas onderdak heeft geboden aan het kantoor van de Boazbank in Heerenveen. Nu er op 1 oktober 1923 een - echte - directeur is benoemd zal hij zich volledig moeten richten op zijn Van Gend en Loos -taak. Die gedachte wordt nog versterkt als we een advertentie van 5 februari 1924 zien in het Nieuwsblad van Friesland, dat de Boaz-Bank-Heerenveen nu staat gevestigd op Breedpad 511. Met als exploitant op nr. 511 de slager Reinske Smilde (1880) en op de bovenwoning nr. 511boven zijn vader Jan Jans Smilde, zonder beroep, maar ooit ‘vleeschhouwer’, lijkt de Boaz-bank langzamerhand toe te zijn aan een eigen gebouw.

Met het raadplegen van de gezinskaart van Berend Nijenhuis, winkelier in suikerwerken en tevens ‘gemeubileerde kamerverhuurder’ staat op volgnummer 11: “Brouwer, Leendert; geb. 4 juni 1901 Leerbroek; ongehuwd; geref. kerk; Directeur Boaz-bank; ingekomen 29 december 1923 van Sneek; vertrokken februari 1928 naar Heerenveen 207boven.” Daar wonend wordt voor hem ook een ‘eigen’ gezinskaart aangelegd en waar als eerste wordt bijgeschreven op 14 augustus 1929 zijn kersverse en nagelnieuwe echtgenote Geertje van Lith (1908), waarmee hij diezelfde dag in Beverwijk in het huwelijk is getreden. Nog diezelfde maand verhuist het echtpaar naar het adres Heerenveen 321 op de Verlengde Dracht (één van de Feitshuizen), waar hun dochter Tonny wordt geboren op 28 mei 1930. Krap een jaar later lonkt het pand Oranjewoud 15, waar ze per 1 april 1931 zich vestigen. Hun laatste adres in Heerenveen is de Lindegracht 23, omdat de Boaz-bank is opgegaan in de Noord-Friesche Middenstandsbank (met huisnummer Lindegracht 25) en Leendert Brouwer daarvan de directeur wordt. Dat is per 1 november 1934. Op 23 november 1939 ‘emigreren’ ze naar Beverwijk.

Bij toeval vinden we ook nog een vermelding in een minuutakte van 2 april 1924 door notaris Jan Willem Schipper. Het blijkt te gaan om een wissel(brief), waarbij de Coöp. Spaar-en Voorschotbank Boaz voor Heerenveen en omstreken is betrokken en waarvoor directeur Leendert Brouwer binnen drie dagen een notariële acte moest laten opmaken om protest aan te tekenen.

Na deze afdwaling naar de Boaz-bank en Leendert Brouwer terug naar het Breedpad in 1923. De advertentie in het Nieuwsblad van Friesland van 27 november 1923 vlak voor het aanstaande St. Nicolaasfeest is voor Pier Bos een prima gelegenheid zich opnieuw te presenteren aan het Heerenveense, kopende publiek: “St. Nicolaas. Zoekt U fijne lederwaren ? Voor billijke prijzen  Ga dan naar P.K. Bos, Breedpad, Heerenveen. Ruime keuze in damestassen, portemonnaies, sigarenkokers, portefeuilles, enz. Vriendelijk aanbevelend !”

Op 16 januari 1924 ligt in een persbericht de nadruk op ‘Schaatsen, Schaatsen tegen de allerlaagste prijzen bij P.K. Bos, Heerenveen, Breedpad. Tevens Leerwerk voor Schaatsen, fl.1,- per stel ‘.

In mei 1926 wordt het op Breedpad 510 een stuk drukker. Het aantal bewoners breidt zich uit als de moeder van Romkje Geertsma (Hiltje Jans Mulder (1860) en haar zuster Grietje Johanna (1901), en bovendien hun commensaal Jelle Molenaar (1902), die rijwiel-en motorhersteller is, zich hier ook vestigen. Zij hebben op Het Achterom (oostelijk van de Molenwijk) gewoond (thans klompenhandel Bouwhuis).

In het kadastrale dienstjaar 1929 verkoopt mejuffrouw Doedijns het pand aan Pier Klazes Bos, die het sinds mei 1923 in huur heeft gehad. Het blijkt uit talloze advertenties, welke met de steekwoorden “P.K. Bos” en “P.Bos” en Breedpad bij de website <www.delpher.nl> zijn te vinden, dat het koopmanschap van Bos een breed assortiment artikelen omvat. We hebben uit de periode mei 1923 tot mei 1933 het aantal advertenties bekeken en komen dan op een aantal van 85 stuks. In het begin afficheert hij zich als ‘touwhandel’ en richt hij zich voornamelijk op de veehouderij met artikelen als ‘hooitiemen, achter-en voorlijnen, leidsels, hoorntouwen, koehalsbanden’, maar ook paardedekken, legerdekken, koedekken, tuigen. Met andere woorden ‘leer-en touwwerk’. Ten gerieve van de veeboeren faciliteert hij hen ook met wagenvet, muggenverdelger RIDS voor veestallen, Bosoline tegen tongblaar, helende zalf voor koeienuiers. De winkel aan het Breedpad wordt bovendien regelmatig wegens de ‘fijne lederwaren’ (damestassen, portemonnaies, sigarenkokers, portefeuilles, dames-en herenschoenen, schaatsschoenen). Zelfs de zomervakantie wordt aangegrepen met artikelen voor reizen en kamperen (allerlei soorten koffers, rieten manden, rugzakken, veldflessen, thermosflessen, padvindersriemen en -fluiten, sportartikelen, kap-en scheerdozen). Ook de schoolgang wordt gestimuleerd met schooltassen, aktetassen. In juni 1931 noemt hij zijn winkel zelfs het ‘Hengelsporthuis’ met snoeren en hengelstokken. hip 134 3 3 1924 01 18 NvFrl PKBos Schaatsen Als een geregeld terugkerend onderwerp komt het ‘Schaatsen’ in de advertenties teug, met b.v. in 1927 de alleenverkoop van de Kampioen Schaats van E. Vonk, schaatsenmaker te Oudeschoot. Pasen, kermis, winkelweek, vakantie, Sint Nicolaas en Kerst zijn kapstokken voor bijzondere advertenties voor o.a. geschenken, parfumerieën, rookstellen, likeurstellen, vazen en kannen.

Op 14 september 1931 registreert de Dienst Gemeentewerken de aanvraag voor een bouwvergunning ten behoeve van een “uitbreiding van de winkel’. De raad oordeelt op 16 september positief met vergunningnr. 2323. J. Schaap en zoon, timmerlieden en aannemers zullen dat uitvoeren. Er wordt in korte tijd verbouwd, want op 7 october 1931 lezen we: “Hedenavond HEROPENING van onze nieuwe zaak in alle soorten Lederwaren en Koffers, parfumerieën, enz. Tevens is aan onze zaak verbonden een afdeeling in Goudsch kunstaardewerk. Vriendelijk aanbev. P. Bos, Breedpad, Heerenveen”.hip 134 4 4 1933 12 06 NvFrl PB schaatsenVan ‘koopman’ in schaatsen gemaakt door andere schaatsenmakers ontwikkelt Pier Bos zich ook tot producent van schaatsen. Dat blijkt voor het eerst uit een advertentie in het Nieuwsblad van Friesland van 6 december 1933, waarin hij de “PB Schaatsen” introduceert met als slogan: “Geen massaproduct. Iedere schaats een meesterstuk.”

Als kroon op zijn inspanningen publiceert het Nieuwsblad van Friesland in haar nummer van 5 juni 1934 een groot artikel over de in werking zijnde Schaatsenfabriek aan de Badweg. De journalist mag - een half jaar na de start van de fabrieksmatige aanpak van de productie - het hele procédé van de fabricage uitgebreid uit de doeken doen, en dat doet hij met verve. Bij het artikel is een afbeelding gevoegd van het fabrieksgebouw en een interieurimpressie van de polijsterij en de slijpafdeling. Voor zover we hebben kunnen nagaan in de kadastrale leggers van Heerenveen heeft Pier Bos de voormalige vetsmelterij van koopman Reinske Jans Smilde op het perceel Badweg A-2976 in gebruik genomen. Smilde heeft daar vanaf 1925 op een perceel van groot 3.09 are geen gemakkelijke tijd gehad door de tegenwerking van de ‘grote’ N.V. Smilde, hetgeen leidde tot een slepende rechtszaak en uiteindelijk tot een faillissement. In het dienstjaar 1936 wordt het overgeschreven op naam van de N.V. Friesche Schaatsenfabriek te Heerenveen en vastgelegd als fabriek en erf, met een grootte van 3.03 are. Een klein stukje grond van 0.06 are wordt als ‘ pad’ bijgeschreven bij houthandelaar Johannes Anskes Siebenga. Deze verandering rechtvaardigt een nieuw kadastraal nummer: A-3440, waarvoor als dienstjaar van toekenning uiteraard ook 1936 geldt. Eén van de eerste veranderingen, die directeur Bos doorvoert is “dj. 1936 opbouw”. En in dienstjaar 1942 wordt gesproken van ‘bijbouw’ in de zin van een ‘kantoor’. Daarvan is een bouwvergunning uit 1941(dossier 11-41), waarin - tot onze stomme verbazing - een vergunning wordt gevraagd door S. Geertsma en toegekend d.d. 17 februari 1941 voor het vergroten met een kantoor van plm. 50 m2 op Badweg 46, kad. Heerenveen, sectie A-3440, door de Friesche Schoenklompenfabrieken te Heerenveen. Aannemer F. Sietsma van de Paul Krugerkade mag dat voor fl.480,- uitvoeren.

De vraag is dan: Wat is hier aan de hand ? Gelukkig is er dan de site van de Koninklijke Bibliotheek met <www.delpher.nl> . Deze vindt voor ons een eenmalige advertentie in de Leeuwarder Courant van 8-10-1938 :

hip 134 5 5 1934 06 05 NvFrl Schaatsenfabriek PB

Dit mysterie heeft dus door de heer S. Geertsma een vervolg gekregen in 1941. Moeten we veronderstellen, dat om de toestemming voor schaatsenproductie te krijgen een ‘nuttige mist’ moest worden opgetrokken voor een mogelijk argwanende overheid ? Zouden er ooit in Heerenveen schoenklompen zijn geproduceerd ???

Uit het naslagwerk met de titel “Friese Schaatsenmakers. Van ambacht tot industrie” door drs. Wiebe Blauw, een uitgave van de uitgeverij Van Wijnen, Franeker, 1994, kunt U zowel over de fabricage van de schaats als over de makers - o.a. over Egbert Vonk te Oudeschoot en Pier Bos & Siebe Geertsma, sinds 1934 de N.V. Friesche Schaatsenfabriek te Heerenveen - allerlei details te weten komen.

Blauw noemt na 5 jaar een aantal van 20 personeelsleden en na in 1940 is dat verdubbeld tot zelfs 40 medewerkers. In een advertentie van 9 oktober 1939 voor directe indiensttreding van 2 schaatssmeden, 1 machinale houtbewerker, 1 leerling-Schilder en 1 leerling-Smid geeft de ambitie duidelijk weer. De bedrijfsvoering kent ook risico’s. Zo zijn er kot na elkaar in 1940 twee ernstige arbeidsongevallen gemeld. In januari is de zoon van de heer P. Bos het slachtoffer van de fraismachine. Zijn hand raakt bekneld en van twee vingers moet het voorste kootje geamputeerd worden. Twee maanden daarna eist de fraismachine opnieuw zijn tol met een ingrijpender gevolgen voor Kath. Post van Kortezwaag. Hij geraakt in het ziekenhuis en moet tenslotte vier vingers en het voorste deel van zijn duim door deze beknelling missen.

Waardering voor de N.V. De Friesche Schaatsenfabriek komt o.a. door een voorstel van B. en W. van Haskerland, die de raad voorstelt subsidie te verstrekken voor uit te keren wachtgelden. De leiding van het bedrijf is eveneens actief op het terrein van een nieuw fenomeen, nl. het bedrijfsappèl, een initiatief van het Nederlandse Verbond van Vakverenigingen. Een bijeenkomst in het schaftlokaal op 15 april 1942 ontvangt de provinciaal leider van de N.V.V. de heer IJ. Steensma, de heer G.Tilkema van de afdeling beroepsontwikkeling en de heer B. Brouwer, districtsleider van het district Heerenveen. Directeur Siebe Geertsma is gastheer en legt in een openingstoespraak de nadruk op samenwerking tussen ‘medewerkers’ en ‘leidinggevenden’. Vervolgens krijgt de heer Steensma de gelegenheid een socialistische maatschappij te schetsen, waarbij de verhoudingen stellig beter zullen uitpakken voor het Nederlandse Volk.

Aan het eind van dit appèl stelt de heer Geertsma het voltallige personeel een bedrijfsuitstapje in het vooruitzicht. Deze ‘unieke’ gebeurtenis vindt plaats op 8 juli 1942 in samenwerking met de Werkgemeenschap ‘Vreugde en Arbeid’ van het Nederlands Arbeidsfront, een organisatie bij decreet van Rijkscommissaris Seyss-Inquart waarbij per 1 mei 1942 alle bonden van werkgevers en werknemers zijn opgeheven en ondergebracht in dezelfde organisatie.

Men gaat met de trein naar Kampen en vandaar per boot naar Urk voor bezichtiging van de plaats en het nuttigen van een lunch. Terug in Kampen wordt er gedineerd in de stadsgehoorzaal, maar ook geredevoerd. Enkele personeelsleden brengen hulde aan de organisatoren en terug op het station in Heerenveen worden directeuren  Geertsma en Bos met een ovationeel applaus bedankt.

Naast krantenadvertenties voor nieuw personeel valt ook op, dat het moeilijker wordt aan voldoende materialen te komen. Met name zijn talloze advertenties gericht op het willen kopen van iepen-en beukenbomen.

De ‘idealistische’ sympathieën van de beide directeuren voor de Nationaal Socialistische Beweging (1931-1945), c.q. hun lidmaatschap daarvan, heeft hen en hun familieleden na de bevrijding van het Duitse bewind flink in moeilijkheden gebracht. De Heerenveense Koerier bericht op 20 juli 1945, dat de heren hip 134 6 6 1938 10 08 LC Schoenklompenfabriek 1 Siebe Geertsma, Pier Bos en de Friesche Schaatsenfabriek bij twee Koninklijk Besluiten door de Militaire Commissaris in het District Drachten onder financiële curatele werden gesteld door de benoeming van een ‘beheerder van vermogens’. In hun geval is dat  Mr. L. Mulder te Heerenveen.

In 1946 worden de maatregelen tegen N.S.B.-leden en sympathisanten door de nieuwe Nederlandse Regering aangescherpt door de instelling van tribunalen. Internering in kampen, gevangenisstraf, boetes en ontzegging van het kiesrecht blijken als vergeldingsmiddelen in ruime mate te worden gebruikt. De verslagen in de plaatselijke en provinciale pers getuigen daar meerdere keren van. Met deze rechterlijke procedure zijn ook de vrouw van Pier Bos, t.w. Romkje Geertsma en hun dochter Hiltje Bos

Overigens krijgt het adres Breedpad 11: winkel en woning van de familie Bos er in 1945 een nevenbestemming bij. In een Heerenveense Koerier-advertentie van 19 december 1945 is dit ook het kantooradres van de E.V.C. - de Eenheidsvakcentrale Heerenveen. Die werkt met een vacantiebonnensysteem, welke in een boekje (kosten 20 ct) moeten worden geplakt en aldaar collectief worden verzameld om te worden ingeleverd. Deze organisatie organiseert vervolgens op Vrijdag 15 februari 1946 een Openbare Feestvergadering in “Het Posthuis”, waar de landelijk voorzitter Berend Blokzijl zal spreken over “De strijd om de eenheid”. Kaarten voor dit gebeuren zijn o.a. ook weer te verkrijgen op Breedpad 11, maar ook op Schans 11b bij J. Peetsma.hip 134 7 TekSchaatsenfabriek JCS vervanging er afronding melden we U dat de zoon Klaas Bos (geb. 1919) als zaakwaarnemer de verantwoordelijkheid krijgt voor de schaatsenfabriek. Daarvoor ontvangt hij toestemming van de Gemeentelijke Commandant I o/l Chef-Staf van 27 april 1945 om uit de woningen van Geertsma en P. Bos goederen van de fabriek op te halen, o.a. weegschaal, schrijfmachine, schaatsen, leerwerk, e.d. Ruim een maand later op 30 juni verhuist hij tevens van de Badweg 43 naar Breedpad 11.

Onder zijn leiding gaat het bedrijf naast schaatsen maken ook zoeken naar nieuwe producten en vindt die in het maken van bouwpakketten voor verschillende typen zeilboten.

In 1947 komt Breedpad 11 - in ieder geval voor wat betreft de bedrijfsvoering - in andere handen. Pier Bos staat op de woningkaart per 15 april 1947 als vertrokken naar ‘a/b’ (aan boord) van een woonboot. Zoon Klaas vertrekt per 16 september 1947.

Kopiefoto Popke Timmermans in collectie Museum Heerenveen, nr. 10542.

Links N.V. De Friesche Schaatsenfabriek

Onder de Badweg; met in midden Siebenga’s molen plus houtloodsen;

 De woningkaart van de bovenvertrekken (11 boven) heeft sinds haar bestaan ook onderdak geboden aan een aantal Heerenveense personen of families. De kaart geeft aan “In verenigd gebruik met no. 11 ben.(eden)”. Van 12 mei 1936 tot 13 maart 1939 is dat de familie Geert Prins, die eerst in de Kleine Kerkstraat woont en na afloop van de huurperiode gaat naar de Ged. Molenwijk 1. Twee maanden later komt naar 11-boven Jantje Lemstra, wed. Wietze Broersma van de Nieuwburen de ruimte overnemen, blijft bijna drie jaar en gaat 8 januari 1942 naar de Badweg 75.hip 134 8 Kopiefoto 10542 Popke Timmermans Vervolgens wordt de rest van oorlogsjaren de bovenverdieping vermoedelijk gebruikt als ‘gastenverblijf’. Per 7 december 1945 geeft Klaas Bos 11-boven in huur aan Johan H.C. van Renssen, die eerder op Schans 124 woont, en op 4 juli 1947 naar de Munnikssteeg 3a vertrekt. Tegelijk is tevens onderhuurder van de familie Bos de uit Havelte afkomstige Tjebbe van der Wal, die op 18 februari 1946 in de gemeente Doniawerstal een plek vindt samen met Hiltje Piers Bos.

Sjoerd Postuma is in 1934, na zelfstudie in het electriciteitsvak, in de Pastoriedwarsstraat nr. 11 gevestigd. Aanvankelijk als nevenbedrijf. In 1939 komt hij als zelfstandige met een electrazaak in de Munnikssteeg nr. 4, na zijn compagnonschap met K. Zwigt te hebben opgezegd. Na zijn start aan het Breedpad heeft hij daar in 1951, 1955 en 1959 verdere moderniseringen doorgevoerd.

Electriciën Sjoerd Postuma richt de zaak in voor zijn electriciteitsbedrijf met winkel en adverteert voor het eerst in de Heerenveense Koerier op 28 november 1947.

hip 134 9 1947 11 28 HK PostumaIn 1948 spreken de advertenties ons al aan met de aanbeveling ‘Technisch Bureau Postuma’ met als business-model: electrische apparaten - verlichtingsartikelen - radioartikelen. Het installatiebedrijf is aanvankelijk gevestigd in de oude boerderij achter de garage van Jager en Wierda aan de Gedempte Molenwijk, maar door medewerking van de directeur van de N.V. Batavus krijgt hij de beschikking over de kantoorruimte boven de Batavus-showroom aan westkant van de verbrede Dracht, waarvoor hij tevens grote opdrachten heeft uitgevoerd. In 1959 bij het zilveren jubileum van de zaak heeft hij 25 man gekwalificeerd personeel in dienst. Zijn landelijke erkenning verschaft hem ook klandizie in o.a. Scharsterbrug en Bolsward (Hollandiafabrieken) en in Wolvega en Oosterwolde (bejaardentehuizen). Het bedrijfsoppervlak is in die jaren gegroeid van 10 m2 naar 600 m2.

Het pand aan Ged. Molenwijk - Breedpad heeft in 1959 vier etalages aan de oostkant en twee aan de noordkant. Het eigenlijke winkeloppervlak is dan 200 m2 en heeft een door Afzelia-hout een voornaam aanzien gekregen. Inmiddels zijn natuurlijk aan het assortiment toegevoegd de televisies met (centrale) antennes e.d. Hal, kantoren, tekenkamer, magazijn en een kleine werkplaats voor radio-en televisiereparaties completeren het geheel. Grundig, A.E.G., Miele, Inventum zijn door hem te leveren overbekende merken. Dankzij een knipsel uit de Heerenveense Courant van 20 november 1959 onder het ‘Zakennieuws” kunnen we U de inhoud verkort weergeven ‘Van Lichtbron tot Lichtpaleis’.

De laatste grote verandering van het pand langs de Gedempte Molenwijk is de bouw van de zuidelijke uitbreiding van kantoor en werkplaats, zoals omschreven in bouwvergunning nr. 62 uit dat jaar 1959.  Het prijskaartje wat daar bijhoort, is volgens de begroting fl.9900,- .

Een advertentie voor personeel maakt in de Friese Koerier van 4 maart 1961 - onder de titel: ‘Elektro-Techn. Installatie Bureau Postuma’ - ongetwijfeld indruk op kandidaat-sollicitanten.

Voor de toekomst van twee zoons richt Postuma zich zo langzamerhand op zijn opvolging. Daarop anticiperend opent hij Vrijdag 20 november 1964 een nieuwe zaak op Dracht 62-64 in Heerenveen. Winkel en technisch centrum worden daarheen verplaatst. Hoewel ... in 1965 staat nog in een paar advertenties ook het adres Breedpad 11 vermeld, terwijl op 1 februari 1965 de woning boven de winkel door S. Postuma is verlaten (Woningkaart). Zelf gaat hij dan ook wonen op de Dracht 62. Breedpad 11 blijft nog lange tijd in gebruik bij het bureau Postuma, tot ......de Kopieerinrichting “Vitesse” - jarenlang gevestigd op Dracht 23 en geleid door bedrijfsleider Roel Heemstra - in 1966 de kans krijgt van Postuma het Ged. Molenwijk deel 2-4 te huren. hip 134 10 10 1933 08 04 NvFrl F.A.Feleus 1  “Vitesse” heeft dan al een geschiedenis vanaf 2 augustus 1933 aan de straat “Achter de Kerk” nr. 6, waar Florus A. Féléus, als directeur van “Bureau Vitesse” een kantoormachinehandel begint. De startadvertentie van de  uit Zeeland afkomstige Féléus ziet U hiernaast. Wanneer we het adresboek 1934 raadplegen dan staat Féléus als boekhouder - met specialisatie leraar steno-en typen - vermeld, maar op hetzelfde adres Achter de Kerk 4 woont ook de handelsreiziger R. de Vrij en de ambtenaar bij de N.T.M. G. Hartmans. De woningkaart maakt dan melding van een huisnummerwijziging van nr. 6 naar nr. 4.

In 1945 verkast de heer Féléus met zijn ‘Bureau Vitesse’ naar de Dracht nr. 23 en hij wordt op de woningkaart van dat adres ingeschreven op 15 mei 1945. Vanaf begin 1963 wordt in de dienstverlening ook kantoorbediende Roel Heemstra betrokken, zoals uit b.v. een advertentie van 6 februari blijkt: R. Heemstra en F.A. Féléus staan beide als leraren typen en steno paraat. Inmiddels is het woonadres Dracht 23 verlaten door Féléus en is Heemstra bewoner van Dracht nr. 23. Féléus geniet op de Burg. Falkenaweg 62 van zijn pensioen (tot hij op 4 maart 1971 op 73 jarige leeftijd overlijdt.

Ook bij het vervolg van de carrière van Heemstra biedt een bericht in de Friese Koerier ons de helpende hand. De 11e  februari 1967 wordt hij genoemd als eigenaar van de copieerinrichting en winkel in kantoormachines, kantoormeubelen en -artikelen genoemd. De bovenverdieping, waar Heemstra heeft gewoond tot 4 januari 1967, wordt voor de copieerafdeling in gericht en daarmee heeft de benedenverdieping dubbel zoveel ruimte beschikbaar voor te etaleren bureau’s.

Op 25 februari 1972 is ‘Bureau Vitesse” pas verhuisd naar de hoek Gedempte Molenwijk-Breedpad en heeft een aantrekkelijke etalage. Roel Heemstra heeft tijdelijk een deel van Atje Keulen-Deelstra haar schaatstrofeeën kunnen lenen om ’belangeloos’ ten toon te stellen. Daarvoor heeft hij een reconstructieverzekering moeten afsluiten, d.w.z. de verzekeringsmaatschappij dient ervoor te zorgen dat Atje precies hetzelfde terugkrijgt als ze heeft beschikbaar gesteld.

Het bestuur van het Thialfstadion strijkt in 1976 in tegen de haren van het vaste personeel (6 man) aan wie was toegezegd, dat ze inspraak zouden krijgen bij de benoeming van een directeur. De Leeuwarder Courant brengt namelijk op 27 april 1976 het bericht, dat - zonder inspraak - tot directeur is benoemd Roel Heemstra, die leiding geeft aan het ‘Bureau Vitesse’, de copieerinrichting aan het Breedpad. Uit protest hebben de vaste personeelsleden toen geweigerd kennis te maken met Heemstra.

Sinds die benoeming is er van de kantoormachinehandel in de vorm van advertenties in de Friese kranten niets meer te vinden, tot 16 december 1981.  Op die datum maakt de griffier van het Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden bekend, dat op 10 december in staat van faillissement is verklaard: Kantoormachinehandel Bureau Vitesse Heerenveen BV, hoek Breedpad” Ged. Molenwijk 2-4 te Heerenveen. Curator is mr. L.A.M. Barendregt, Oude Koemarkt no. 10, Heerenveen.

De heer en mevrouw Postuma besluiten het leegstaande pand te gaan gebruiken voor hun beider passie: Antiek en Curiosa. Een eerste advertentie treffen we aan in de Leeuwarder Courant van 16 november 1984. Slechts een deel van de week kunnen belangstellende kandidaat-kopers enkele uren terecht op Breedpad 11 nl. donderdag, vrijdag en zaterdag.hip 134 11 1984 11 16 LC Bon Apart 1 Nota Bene: De eerste advertentie van de heer en mevrouw Postuma uit 1984 voor Breedpad 11 en de eerste van 13 oktober 1988, waarbij ze voor de clientèle gereedstaan op de Hiddingastraat 2 in de oude groenteveiling. Overigens is daar inmiddels ook het ‘Technisch Centrum Postuma’ gevestigd. Het laatste wapenfeit van de heer en/of  mevrouw Postuma is de “Grote kunst-, antiek-en curiosaveiling bij ‘Bon-hip 134 13 1990 12 10 LC Sneldrukkerij Marinus 2 Apart’ , Heerenveen,” op de Hiddingastraat 2-4, Heerenveen door Joop van den Enden’s Veilingen, erkend  veilingmeester en taxateur R.G, uit Groningen. Op vrijdag, donderdag en Woensdag 9, 10 wn 11 september zijn de kijkdagen voor 900 kavels en de week daarna op maandag tot en met woensdag de veilingdagen vanaf ‘s avonds 19.00 uur. Zelfs het Nieuwsblad van het Noorden en de landelijke Telegraaf hebben een forse advertentie.

Inmiddels heeft Jac. Marinus zich in de Leeuwarder Courant van 10 december 1990 gepresenteerd aan het Heerenveense publiek als “SNELDRUKKERIJ MARINUS”.  Hij heeft plaats voor een all-round grafisch vakman, waarvoor hij op korte termijn een gediplomeerde offsetdrukker zoekt die graag wil werken in een klein flexibel team met een prettige werksfeer. Er wordt door het bedrijf zeer weinig geadverteerd, zodat het schrijven van een bedrijfsgeschiedenis nauwelijks mogelijk zal zijn zonder de personen in kwestie uitgebreid over hun ervaringen te laten vertellen. 

Meer dan goede herinneringen aan de hydraulische snijmachine en haar bedienaar Dirk Bruinenberg worden door schrijver dezes gekoesterd wanneer hij zo nu en dan met een ingenaaid boekblok toestemming krijgt deze door Bruinenberg te laten snoeien tot haar definitieve formaat. Dat vindt dan plaats in de ruimte achter de winkel waar ook de offset-pers staat te ratelen. Vanzelfsprekend ben je dan ook klant voor leverantie van bijzondere papierformaten voor wat betreft dikte, grootte, kleur en kwaliteit. Het zal vermoedelijk in 1999 zijn geweest, dat Marinus van deze aktiviteiten afscheid heeft genomen en in dienst is getreden van ‘Brouwer en Wielsma Drukkers en Ontwerpers B.V.’, aanvankelijk op Dracht 150 en later in 2001 is meegegaan naar het Businesspark Friesland aan de Jousterweg 38 in Nijehaske. Een officiële opening en een open dag hebben de start van de nieuwe uitgeverij op woensdag 14 en zaterdag 17 februari 2001 gemarkeerd. Het bedrijf heeft de snelheid van de veranderingen in de ontwerp-en drukkerswereld helaas niet kunnen volhouden. De Gemeentegids van Heerenveen vermeldt in haar uitgave van 2004/2005 voor de laatste keer de naam van het bedrijf. De rechtbank heeft de B.V. tenslotte op 30 september 2009 in staat van faillissement verklaard.

Terugkomend bij Breedpad 11 volgt er een gebrek aan openbare bronnen om de geschiedenis te kunnen beschrijven van het pand - tussen Marinus Sneldrukkerij (1999) en de huidige gebruikers (2013):

“Wij stellen ons graag even aan u voor,  Patrick en Karen Jelsma beide van het jaar 1988 hebben op 7 mei 2013 de deuren van restaurant ANNO 88 geopend. Over de naam hoefden wij niet lang na te denken: we hebben inspiratie gehaald uit onze beide geboortejaren. Samen met ons gastvrije team zorgen wij er voor dat iedere gast verwend wordt. Graag verwelkomen wij u in ons sfeervolle restaurant. Met gastvrije groet, Patrick en Karen Jelsma”. 

Mocht U zich door deze uitnodiging aangesproken voelen dan zult U per 1 juni 2016 te maken hebben gekregen met de door de exploitanten van ANNO 88 gewijzigde ambities: stoppen !