HIP-TIME MAGAZINE 57

Watertoren-uitzicht naar de Greiden en plan Nijehaske

De denkbeeldige lijn, die we kunnen trekken van de onderkant van deze foto verticaal over de schoorsteenpijp van de voormalige tabaksfabriek van Taconis aan de Munnikssteeg langs het zuurkoolpakhuis aan de Veenscheiding mag eindigen in de eerste projecten van het wijkplan ‘Nijehaske’. U ziet dat daar volop wordt gebouwd in het gedeelte ten westen van de Haskeruitgang. Zelfs een dragline is doende zijn aandeel te leveren voor de aanleg van een goede infrastructuur. Iets verder dan de aktieve dragline wordt het fietspad evenwijdig aan het Heerenveense Kanaal naar het sluisje van de Ketting afgebakend door een rijtje hoge bomen.

De Haskeruitgang tussen de Oude Veenscheiding en de Veenscheiding krijgt bij besluit van 25 mei 1970 z’n naam en na de tot standkoming van de brug over de Veenscheiding wordt de weg doorgetrokken naar de Jousterweg. Het besluit om ook dat deel dezelfde naam te geven wordt genomen op 22 november 1978. Zodra er een nog uitgebreidere ontsluiting nodig is zowel naar het noorden als het zuiden wordt de Haskeruitgang van de Jousterweg verlengd naar de Weinmakker. De naamgeving wordt aangepast op 10 september 1987.

In het gedeelte tussen de spoorbaan en de Haskeruitgang is de bouwaktiviteit rond de Jutte zuidelijk van de spoortunnel aan te wijzen. Ook de naamgeving daarvan is van 1987.

De provincie Friesland schept de voorwaarden voor een flinke gebiedsuitbreiding, maar tevens voor de industrie-en businessparken liggend aan het Heerenveense Kanaal. Dossier 329-1 op het gemeentearchief geeft in ieder geval de informatie over het uitdiepen van het kanaal tot grootscheeps vaarwater in de periode 1977 tot 1982.

Het gebied links van onze denkbeeldige lijn geeft ook een goede indruk van de ‘water-en moerasplanten’-buurt tegen de Veenscheiding aan. De parallel daaraan lopende straat ‘Valeriaan’ en de haaks daarop lopende ‘Ratelaar’ evenwijdig met de Haskeruitgang zijn nog niet aan het oog onttrokken door de latere groene long van bomen en struikgewas. Dat deel van de Greiden heeft weinig mogelijkheden meer om ‘in te breiden’ (open plekken met bebouwing te vullen). Het oog reikt tot de service-flats van Heerenhage aan Kattebos en Tjotter. Van deze twee straatnamen heeft het Kattebos een duidelijke relatie met dit gebied. De volksmond heeft voor de stadsuitbreidingen decennialang een als moerasbos bekend staande strook in dit gebied aangeduid als ‘Kattebos’. Zo noteren we uit een acte van notaris van Beijma thoe Kingma van maandag 13 december 1909 uit de collectie Tjaarda al het toponiem ‘Kattebosch’ in het kader van een houtverkoping. Het is verleidelijk om even te speculeren over dit toponiem. Het is bekend dat ‘katten’ nou niet bepaald liefhebbers zijn van natte poten in een moerasachtige omgeving en nog minder bekend staan om een baantje te gaan zwemmen. Veeleer denken we aan de begroeiing van dit gebied met wilgensoorten die de bekende bloeiwijze vertonen van de ‘katjes’. De relatie met de houtverkoping zou dan kunnen liggen in het gebruik van de dikkere wilgentakken voor zogenaamd ‘boerengeriefhout’.

Deze foto “A-VII-5-5 foto 1 “ is een exemplaar uit de gemeentelijke archiefbestanden en gunt ons ook weer een blik uit de hoogte op een stukje Dracht-bebouwing ten zuiden van Munnikssteeg. Het is zo “klaar als een klontje”, dat aan het pand op de hoek van de steeg de bovenelkaar geplaatste borden de letters bevatten van ‘J A M I N ’. Talloze Heerenveners met een voorkeur voor zoetigheid en chocolade zullen daaraan goede herinneringen koesteren. De zoete genotsartikelen van de firma C. Jamin beginnen hun zegetocht in 1956 op Dracht no. 22. Het complete pand heeft nu de nummers 22a en 22b op de gevel. Een deurwaardersrapport uit 1961-1962 constateert ‘geen gebreken’ in de bouwkundige toestand. Dat valt goed te begrijpen omdat er bij bouwvergunning 1959-174 een volledig nieuwe winkel is tot stand gekomen. Overigens heeft dit pand dan al een zeer gevarieerd verleden in haar poriën.

De speciekohieren reiken ons uit de periode 1760-1764 de naam aan van Theeke Roorda, die aldaar boekdrukker is geweest. Twee ‘spraakmakende’ Heerenveense namen zijn die van horlogiemaker Jacob de Looze en logementhoudster Janneke Veenendal. Zij kopen samen volgens acte nr. 32 van 6 februari 1824 van notaris W.B. Kool van Heerens dit huis, destijds met nr. 215, en vestigen daarin een logement, welke volgens een aantal berichten in de Leeuwarder Courant - de kennelijk vacant geworden - naam “Het Wapen van Schoterland”  gaat voeren. Eerder heeft ook Dracht no. 207 deze erenaam gevoerd en heeft enige tijd de ‘grietenijkamer’ bevat, nadat deze uit moederdorp Oudeschoot is overgeplaatst naar Heerenveen. Helaas duurt het bestaan onder het bewind van de Looze en Veenendal slechts drie jaren, want op 21 september 1827 staat in de krant “Executoriale Verkooping Ter Rolle Van Geregtelijke Uitwinning Bij De Regtbank Van Eersten Aanleg Te Heerenveen” een nette en sterk doortimmerde Huizinge en Logement, genaamd het Wapen van Schoterland, ten noorden grenzend aan de Boelesteeg (een oud toponiem uit de 17e eeuw). Aan de ondergang ligt een geschil tussen eigenaar de Looze en huurderse Veenendal ten grondslag. De Looze wint de rechtsgang en Janneke Veenendal overlijdt twee dagen later op de 23e september 1927, oud 44 jaar en moeder van een 6 jarige dochter. Van haar echtgenoot Sies Broersma wordt gesteld, dat zijn woonplaats onbekend is.  Het vermoeden dat hij evenmin de vader van Hendrika is, wordt bevestigd door de passage in haar geboorte-akte van 18 april 1821. De Vader wordt niet genoemd ! Overigens wordt haar dochter consequent als Venendal aangeduid.

Het volgende pand met de vier verdiepingsramen en de twee dakkapellen is van origine het pand, waar apotheker Jan Dornseiffen sinds 1795 zijn apotheek heeft gehad. Na zijn overlijden in 1826 blijft zijn weduwe met provisor Arie Willem Kraft de apotheek exploiteren, tot zoon Nicolaas in 1837 de ‘vijzel’ overneemt. Vervolgens herhaalt zich eigenlijk de geschiedenis. Als Nicolaas Dornseiffen namelijk zijn hoofd definitief ter ruste legt op 7 april 1855 zorgt zijn weduwe met behulp van provisoren zelfs tot 7 augustus 1888 voor een leefbaar inkomen.

De welstand van de familie mag als zeer behoorlijk worden ingeschat. Ten bewijze daarvan attenderen we U op het enorme schilderij in de bibliotheek van het museum Willem van Haren met een afbeelding van de Kruiskerk én een gezicht op een kermistafereel op het Breedpad. Dit schilderij heeft lang deel uitgemaakt van de aankleding van de apotheek van de grootvader en de vader van Foekje Dornseiffen (geb. 1847). Deze informatie is afkomstig uit het gedenkboek van J. Bruinsma over “De Nederl. Hervormde Kerk te Heerenveen (Schoterland), 1637-1937”, blz. 11. Wanneer Foekje rond 1910 verhuist, sticht Dodo Franciscus van der Kallen een bazar in dit pand na toestemming van de gemeente Schoterland te hebben gekregen voor een gedeeltelijke verbouwing en vergroting tot woon-en winkelhuis met bovenwoning (vergunning no. 322). Aannemer A. Brandsma Jzn. is in die tijd een vooraanstaand aannemersbedrijf en is verantwoordelijk voor het bouwmeesterschap, terwijl de werkzaamheden worden gegund aan timmerman E. Westra & Zoon voor fl.6324,-.

De tot stand gekomen bovenwoning heeft bekende Heerenveners gehuisvest, zoals D. Huizinga, gemeentesecretaris van Schoterland; mr. J. van der Geer, advocaat-procureur; J.L. de Jong, (befaamd) muziekonderwijzer en organist. Na bedrijfsbeëindiging van D.F. van der Kallen vestigt mej. Alida J. Tamboer er zich als ‘kapster’ en in april 1960 heropent De Gruyter jr. de zelfbedieningswinkel, waar kruidenier G. de Goed op Dracht 24-26 als representant van de De Gruyter-formule de scepter mag zwaaien. (F.K. 8-4-1960) Thans in 2013 is Hunkemöller Lingerie gevestigd op Dracht (24)-26.

Tenslotte nemen we ook nog even het pand Dracht 28 - met op de foto op de gevel de naam ‘Steenwijk’  duidelijk leesbaar - onder de loupe. Nu in 2013 is daar nog steeds gevestigd ‘Steenwijk Modeschoenen’. Overigens is dat niet altijd zo geweest, want de woningkaart van Dracht 28 laat Reijnardus Steenwijk het pand betrekken per 1 oktober 1969, na eerder in dezelfde branche te hebben geëxploiteerd in het pand Dracht 5 aan de oostkant. De vader van Reijnardus - Hendrik Steenwijk - staat daar in ieder geval ingeschreven vanaf 1934 (adresboek) en uiteraard ‘in schoenen’. Ook Reijnardus heeft daar van 1963 tot 1969 de zaken waargenomen.

Dracht 28 heeft onder een ander huisnummer overigens op 12 mei 1867 een bijzondere particuliere bestemming gekregen als ‘pastorie’ voor de Doopsgezinde predikant en dan met name de in 1866 benoemde heer Abraham Vis. Hij is in 1911 de veroorzaker van schokkend nieuws op de voorpagina van de krant door als (inmiddels emeritus predikant) in zijn functie als raadslid van Schoterland tijdens de raadszitting van 24 april 1911 zijn laatste adem uit te blazen.

De volgende bestemming van het pand is een strikt economische geweest. Notaris Verkouteren legde daarvoor op 29 mei 1911 de basis in een publieke veiling in opdracht van de Doopsgezinde Gemeente Heerenveen. Het sterk en goed onderhouden Heerenhuis aan de Dracht met nr. 399, groot 3.59 are, met talloze kamers en andere gerieflijkheden, wordt gekocht door de firma Jager en Wierda. Deze richten de volledige benedenruimten voor garagedoeleinden. Er verschijnt in 1923 voor de zaak op het trottoir zelfs een benzinepomp met een ondergronds reservoir van de Acetylena N.V.  Na het overlijden van W.J. Jager in 1922 zet H. Wierda de firma voort en draagt pas op 1 maart 1963 zijn autoverhuurbedrijf, inclusief ambulance, lijkauto en VW-busje over aan de firma J. Oenema. Daarna is het de beurt aan Reijnardus Steenwijk, representant van een fikse schoenenketen. Tenslotte een vraag die zomaar bij ons opkomt: waar zijn die prachtige grote groene bomenpartijen toch gebleven in het gebied van de Zonnehoek?

2013, mei 19 - wibbo westerdijk - hip-backup